null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

En ik maar zwaaien, maar ik herkende haar nog steeds niet

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

De vrouw zwaaide uitbundig naar me.

Ik herkende haar niet meteen, maar ik zwaaide toch terug.

Dat doe je. Een reflex.

Ik stond op het plein tussen het Van Gogh en het Stedelijk. (Even naar de zelfportretten of naar de Barnett Newman?)

De vrouw kwam op me af.

Koortsachtig groef ik in mijn verleden.

Geen idee. Een buurvrouw?

Ze begon weer te zwaaien.

Mijn geheugen zocht als een modern politieapparaat – al die langs flitsende gezichten – in van die spannende series naar een match.

Maar ik herkende haar nog steeds niet.

Mijn arm was alweer in een opwaartse beweging toen ik het zag.

Ze keek niet naar mij, maar langs me heen.

Naar iemand achter me.

En ik maar zwaaien.

Ongemakkelijke momenten (aflevering 8).

Ik voelde meteen dat ik bloosde. Dat iedereen zag dat mijn zwaaien geen doel had. Dat het er heel idioot uitzag.

En dat die ander dan denkt: wat staat die vent nou naar me te zwaaien?

(Even tussendoor, ook over zwaaien. Een enkele keer, uit luiheid ofzo, doe ik mijn lenzen niet in en zet ik ook mijn bril niet op als ik naar buiten ga. Bijvoorbeeld als ik de hond uitlaat. Dan is de wereld wat wazig, maar omdat ik het rondje zowat met mijn ogen dicht kan lopen is het geen onoverkomelijk bezwaar. Wel is het zo dat ik dan niemand herken, ook niet als ze zwaaien. “Wilde je me niet kennen?” vroeg een bekende een keer. Hij was licht beledigd, al kwam dat ook, zei hij, omdat het zo lullig staat als je naar iemand zwaait en diegene geeft geen enkele blijk van herkenning.

Het doet me ook altijd als ik in de wazige wereld ben, denken aan mijn jeugd, toen ik een bril moest, maar die bril niet op durfde te doen in de klas, uit angst uitgelachen te worden. Een bril was in die tijd nog niet hip of cool of vet of wat dan ook. Het was stom. Vond ik. Kees Kneppelhout had ook een bril, en ik wilde niet zijn als Kees Kneppelhout.

Bij Frans en Duits werden we op alfabetische volgorde gerangschikt, waardoor ik op de achterste bank terechtkwam. Ik zag niet wat Poeze op het bord schreef, en wellicht komt het daardoor dat de Franse taal nu nog steeds bijna louter geheimen voor me kent. Het Duits niet. We woonden bij de grens dus keken we veel Tatort en Duits voetbal. Het ding zat in een bruine brillenkoker met een sticker van het stripfiguur Eppo erop. Ik haalde de brillenkoker nooit uit mijn tas.)

Terug naar het plein.

Ik keek om, ik was nog steeds aan het wuiven.

Een jongere vrouw kwam al lachend en zwaaiend op de andere vrouw aangelopen. Ze gilden beiden.

Een meter links naast me vielen ze elkaar in de armen.

Ik denk dat ze mij nooit hebben opgemerkt.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden