Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Emoties kunnen zo zwaar zijn dat je eraan voorbij moet lopen

Plus Theodor Holman

Ze kwam thuis, trok haar jas uit alsof er niets was gebeurd, ging op de bank zitten, pakte de afstandsbediening en zette de televisie aan.

Er was een afkondiging van het Journaal en ze probeerde de belachelijke gedachte terug te dringen dat er melding van zou zijn gemaakt. Natuurlijk niet.

Ze kon eigenlijk de televisie niet volgen, maar vond het zaak het ding aan te laten. Het was afleiding. Opeens viel het haar op hoe gelukkig de mensen in de televisiereclames waren.

Ze zapte weg. Maar ze kon het weer niet volgen. Te veel gedachten ­maken je blind en doof.

Haar telefoon ging, maar het slechte nieuws was al geweest en ze begreep dat het nu de tijd voor haar was om de slechte tijding te brengen. 

Ze zette haar telefoon uit.

De drang om haar moeder te bellen schrijnde. Haar moeder was al tien jaar dood. Zelfs toen haar moeder volkomen dement was en ze wist dat mamma niet luisterde, vertelde ze haar alles wat haar bezighield. Als zorgen hardop zijn geuit – later tegen een foto met een kaars ernaast, waar ze ook nu weer naar keek – lijken ze te zijn gedeeld en minder te worden.

Eigenlijk moest ze de kaars nu weer aansteken. Maar nee, nog te vroeg. Ze zei – nogal mal, vond ze zelf – tegen zichzelf dat ze rustig moest blijven, maar tegelijkertijd verbaasde ze zich erover dat ze zo rustig was en voelde zich daarover enigszins schuldig. Alsof het een plicht was wanhopig te zijn. Emoties – ze vond het een rotwoord – kunnen misschien zo groot zijn, zo zwaar, zo niet te tillen, dat je eraan voorbij moet lopen, in het besef dat je over die steen zal struikelen of dat je hem op je geworpen krijgt.

Nog steeds kon ze niet volgen wat er op de televisie gebeurde.

Opeens kwam er een grote vermoeidheid over haar. Ze wilde naar bed, terwijl ze misschien net een paar uur wakker was. Het was alsof ze volliep met slaap. Even de ogen sluiten, even van deze wereld zijn, even verkeren in het niets.

Ze dacht aan de tuin achter het huis van haar jeugd. Ze meende dat de torren, de bijen, de kevers en de vogels haar begrepen als ze tegen ze sprak. Daar nu te zijn. In het vogelhuisje kijken. Een pimpelmees zien die op een eitje zit.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden