PlusColumn

Emogirls kleuren de wereld

Thomas Acda
Thomas Acda Beeld Wolff
Thomas AcdaBeeld Wolff

Met de zon als aureool achter zich zet de emogirl-serveerster het glas naast me op tafel. Ze lacht vriendelijk. Waarom ook niet? Ik ben een leuke papa met zijn dochter op vakantie. Gevaarlozer kan niet.

Interessant volk, die emogirls. Kleurig haar; roze, paars, met prachtig zilvergrijs vaak. Of blauw. Gek genoeg de kleuren die je als je lang genoeg in Amsterdam op de markt blijft wandelen vanzelf op een dag door je kapper krijgt toebedeeld.

"Dora, je bent nu 67... ik dacht aan een voorzichtige blauwe spoeling, wat jij?"

Siouxsie van The Banshees, was dat de eerste? Onuitroeibaar zijn ze sindsdien, die emo's.

Dat geldt niet voor de punkdracht. In de jaren negentig zag je nog wel eens een hanenkam uit de periode '77-'82, maar dat was dan geen oude punker - die werkten allang bij de ABN -, maar een jongeman die zijn muzieksmaak etaleerde. Met recht een laatste der Mohikanen.

Een andere vorm van uitsterven overviel de oude rocker met zijn zwarte T-shirt en die te kleine leren jas met ritsen die nergens voor dienden. Door te blijven wie hij was haalde de wereld hem vanzelf in en werd hij een nieuw genre zonder er iets voor te hoeven doen. Van de rockende ­gitaarjongen die hij was, werd hij de roadie die hij nooit had willen worden.

Ikzelf, even tussendoor, heb er altijd uitgezien als een Amerikaanse highschool-jongen. Spijkerbroek, wit T-shirt, All Stars. Halflang haar.

Zelfs toen ik mijn broer bijsprong omdat hij zijn stem kwijt was en ik, punksongs schreeuwend, met baseballpet op, voor een bende pogoënde skins en punkers terechtkwam, werd ik niet gestenigd. Al bedenk ik nu dat dit misschien ­helemaal geen acceptatie was, maar slechts onterechte waardering voor de ­uitzonderlijk theatrale uiting van mijn punkzijn, namelijk de kleren van de ­vijand. Hmm.

De emogirl. In tegenstelling tot deze ­serveerster sjokt ze meestal kwaad achter haar vrolijk stappende moeder door de binnenstad. Een hoop zwarte en feeërieke kledij en dat schitterende haar. Pieken gekleurde onverschillige zorgvuldigheid; ik kan het niet anders omschrijven.

Ze is vaak in haar eentje, in een groep. Ze is een individu. Ik ken er geen een. Sommigen zeggen dat het louter rustige, zachte middenklassemeisjes zijn die beweren dat hun leven volkomen kut is terwijl ze pa's creditcard opcola'en. Maar nogmaals, ik ken ze niet.

O, ik moet naar mijn eigen zesjarige girl. Ook emo, want gevallen. Op de rand van het zwembad. Met haar enorme opblaasmeloenwiel. Ze roept me bij mijn door haar bedachte koosnaam.

"Kleinbuikje, help!"

We hebben allemaal zo onze eigen ­problemen.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden