Plus Column

Elke vrouw weet: hoe korter de rok, hoe seksistischer de taal

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

De keuze om wel of geen korte rok te dragen is lastig. Niet als je een salafist bent of tot de zwartekousenkerk behoort, dan heeft alleen een enkellang exemplaar Gods goedkeuring. Maar verder is het, om in Bijbelse termen te spreken, een duivels dilemma.

Eerlijk is eerlijk: een korte rok staat elke vrouw beeldig. En sinds de term Rokjesdag gangbaar werd, is het dragen van een rokje in het voorjaar nog feestelijker. Maar erg praktisch is het niet, vooral niet op de fiets. Hoe hard je ook aan de stof trekt; het rokje kruipt op en schuift over het dijbeen verder richting kruis. En dat is vervelend, want elke vrouw weet: hoe korter de rok, hoe seksistischer de opmerkingen.

Elk jaar opnieuw vergeet ik dat, totdat het zomers warm is en ook ik eindelijk overstag ga en een rokje uit de berg in mijn kast trek. Zoals deze week, toen het 27 graden was.

In een zwart rokje fietste ik door de broeierige stad. Bejaarden droegen sandalen, op de grachten werd ­gevaren en veel auto's reden met open raam - zoals de zilveren Volkswagen Polo die naast me kwam te rijden. Twee jonge mannen voorin. De getatoeëerde arm van de bijrijder hing uit het raam.

"Hé sexy," klonk het boven de muziek uit. "Ziet er lekker uit... Waar je ga heen? Waar woon je? Hé, doe niet zo. Praat gewoon. Anders blijven we naast je rijden, hoor."

En dan lachen. De chauffeur drukte het gas­pedaal flink in, weg waren ze.

Het zou me die middag nog drie keer overkomen. Mannen, jong en oud, zwart en wit, die de behoefte voelden een seksueel getinte opmerking te maken. Iedere keer zat ik verstijfd op mijn fiets en zei niets. Compleet overrompeld, alsof het voor het eerst gebeurde, hoewel dat in werkelijkheid al in 2004 was.

Ik was achttien jaar en droeg mijn eerste minirok. Een prachtig blauw exemplaar, gekocht in de H&M in de Kalverstraat van mijn stufi. Het voelde bevrijdend, het dragen van een minirok.

Voor het eerst had ik me niets aangetrokken van dat stemmetje in mijn achterhoofd dat ik mijn hele jeugd had gehoord: nette meisjes dragen geen korte rokjes. Eindelijk deed ik waar ik zelf zin in had.

Maar erg lang duurde de euforie niet. Want toen mijn minirok en ik even later door de Jan Evertsenstraat fietsten, werd ik, bij wijze van welkom in de echte wereld, voor het eerst voor hoer uitgescholden.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden