Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Elk woord van hem was als zacht fluweel, een warme deken

PlusTheodor Holman

Ze was zeventien. Ze had zin. Zin in leven. En leven was goed dronken worden met vriendinnen en zich eindelijk laten ontmaagden. Ze kreeg een berichtje: ‘Ik wil me nergens mee bemoeien en ik wil me ook niet opdringen maar zou je het leuk vinden om vanavond bij ons te komen eten?’

‘Ik kan niet mam.’

Ze gaat nu vragen waarom niet en daar ga ik dan geen antwoord op geven, dacht ze.

‘Waarom niet?’

Onmiddellijk voelde ze woede en schuld en tussen die twee zat een samenhang.

Ze zou vanavond David zien. David was met Maria en Maria was haar beste vriendin. Ze zou gewoon met David kunnen praten. Over Rutte en het klimaat, hij was activistisch en daarom ook vond ze het fijn om naar hem te luisteren.

“Hoi, met Maria. Zullen we croissantjes gaan eten? David wil ook en heeft koffie nodig. Kom je ook?”

“Ik ben er over een kwartier.”

Ze zag David al van grote afstand. Ze vond zelfs zijn rug mooi. Een mooie boog. En hoe zijn hand op de terrastafel rustte. Hij praatte met Maria, maar toen hij even opkeek, zag hij haar. Ze kreeg het even benauwd, lachte en vroeg: “Hebben jullie voor mij ook al koffie en croissants besteld?”

“Ja, tuurlijk, lieve schat,” zei Maria.

“Heb je gelezen van Shell,” vroeg David terwijl hij op de krant wees.

“Ik heb het ook de radio gehoord. Mooi hè.”

David begon een betoog en ze vond elk woord van zacht fluweel; ze legden een mantel om haar heen en soms keek ze weg omdat ze absoluut niet wilde dat Maria iets zou merken.

“Wat ga je vandaag doen, lieverd?” vroeg Maria.

“Ik ga naar Apple, want mijn computer is zo traag,” zei ze.

Toen hoorde ze: “Dat kan ik wel verhelpen, hoor. Ik doe het gratis.”

Het was David. Hij zei het alsof een vlinder even voorbij kwam vliegen.

“Nee, hoeft niet joh,” zei ze.

“Laat David er nou even naar kijken,” zei Maria.

“Ja, ik doe het graag,” zei David.

Maria stond na het kleine ontbijt op en zei: “Goed. Vanavond zien we elkaar weer hè?”

Ze knikte. David kreeg een zoen.

En toen waren David en zij alleen.

“Zullen we even naar je computer kijken?”

“Het is een troep op mijn kamer.”

“Kijk ik niet naar.”

Ze stonden bijna gelijktijdig op.

Het moest. Hoe rottig ook voor Maria.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden