'Eindelijk dringt door wat de Amsterdamse Joden is aangedaan'

Is het voorstel van burgemeester Eberhard van Der Laan om Joodse erfpachtgelden terug te betalen genereus of moeten de kleine lettertjes worden gelezen? Twee lezers van Het Parool reageren.

Burgemeester Eberhard van der Laan Beeld anp

Het dossier Joodse erfpachtgelden blijft de gemoeden bezig houden. Het zorgt voor ruzie in de Amsterdamse coalitie, terwijl Paroollezers Victor Loonstein en Aart Stijntjes er hun eigen visie op nahouden. Lees hun ingezonden brieven:

Kleine letters
Waarde burgemeester, wat is er gebeurd? In juli 2013 werd uit uw mond opgetekend: "Erfpacht ­Joden terugbetalen met rente." In Het Parool van 16 juli 2013 wordt u ­geciteerd, nadat u de notulen van de Amsterdamse gemeenteraad uit 1947 (over de erfpachtkwestie) had gelezen: "Er is toen met formalisme, ­bureaucratie en kilheid gekeken naar het juridische aspect, in plaats van dat ze met empathie hebben gekeken naar degenen die slachtoffer werden. Het is toen heel koel afgedaan door de ­gemeenteraad."

Wat is er sindsdien in 's hemelsnaam gebeurd? Een onderzoek van het Niod heeft uitgemaakt dat het (omgerekend) om vijf tot tien miljoen euro gaat. Royaal werd aangekondigd dat Amsterdam dit bedrag naar boven wil afronden. Het wordt tien miljoen euro. De Joodse gemeenschap dacht: wat een geweldig gebaar. Eindelijk valt het kwartje en is het besef bij de lokale bestuurders van Amsterdam doorgedrongen wat de Amsterdamse Joden is aangedaan.

Maar dan. De kleine letters. Er komt helemaal geen geld terug naar Joden die erfpacht(boetes) moesten betalen terwijl zij in een concentratiekamp zaten of allang vergast waren. Neen. Het geld wordt besteed aan een Holocaustmuseum en/of een Holocaust Namenmonument.

Ik neem de vrijheid om u als burgemeester in een open brief met alle eerbied te benaderen. De nog in leven zijnde Amsterdamse Joden die de oorlog hebben overleefd en hun nazaten beschouwen de voorgestelde besteding voor de gelden als een belediging. Een radicale wijziging ten opzichte van de lijn die u tot voor kort voorstond. Burgemeester, u hebt aangegeven geschrokken te zijn van de reactie van de Joodse gemeenschap over uw voorstel. Maar beste burgemeester, wíj zijn geschrokken.

U verfoeide terecht in 2013 het formalisme, de bureaucratie en de kilheid van de gemeenteraad uit 1947. Die kwalificaties gelden niet minder voor het huidige Amsterdamse gemeentebestuur, dat na kennisname van het Niodrapport, anno 2016, wil dat de Joden zelf een herdenkingswand of museum bekostigen. Schokkend. Maar vooral beledigend en extreem pijnlijk. Ik wens en bid dat de gemeenteraad van Mokum gaat inzien dat uw visie uit 2013, namelijk teruggave aan de individuele Joodse rechthebbenden, de enige juiste is.
Victor Loonstein, Amsterdam

Geen onderonsje
Ruim zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog ziet het Centraal Joods Overleg (CJO), anders dan het bestuur van Amsterdam, wel mogelijkheden om individuele claims ordentelijk af te werken. Laten we ervan uit gaan dat het over voldoende mankracht en archiefmateriaal beschikt om deze kostbare en tijdrovende klus uit eigen middelen te klaren. Gezien het feit dat we het over een aanzienlijk bedrag hebben, dat alsnog door de burgerij moet worden opgebracht, lijkt het mij niet meer dan billijk dat de burgemeester en andere verantwoordelijken een vinger in de pap hebben. Het moet geen onderonsje van CJO en de nabestaanden worden.

Ik trek overigens de betrouwbaarheid van het CJO niet in twijfel, wat niet wegneemt, dat ik het voorstel van de heer Van der Laan als zeer genereus zou willen kwalificeren en dat hij volgens mij moet vasthouden aan zijn ingenomen standpunt.
Aart Stijntjes, Diemen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden