Femke van der Laan.Beeld -

Eigenlijk moest ik naar links, maar ik volgde de man

PlusFemke van der Laan

Er loopt een man voor me. We hadden net samen bij het zebrapad gestaan. Ik had afwisselend naar het rode poppetje en naar hem gekeken. Hij stond naast me en hield zijn telefoon voor zich, in beide handen, zijn armen een beetje gestrekt. Op zijn scherm zag ik een plattegrond waar een blauwe lijn doorheen liep.

De man keek geconcentreerd. Ik zag dat hij met zijn tong aan zijn kies voelde. Ergens achteraan. Zijn kaak trok een beetje scheef en er zat een kleine bolling in zijn wang. Mijn tong ging ook even naar mijn kies, de achterste, en nog ietsje verder, daar waar ooit mijn verstandskies zat, aan het einde van mijn bovenkaak. Het voelde alsof hij best had kunnen blijven zitten, mijn verstandskies, zoveel ruimte was er wel, maar met je tong voelt alles groot.

Toen het groene poppetje brandde, stak de man zijn armen nog wat verder uit. Alsof hij werd voortgetrokken door het apparaatje. Deze kant op. Kom maar.

Ik liep achter hem aan.

Eigenlijk had ik aan het eind van het zebrapad naar links gemoeten. Maar rechtdoor kon ook wel. Ik wilde zien waar de man heen ging. Nu lopen we in de straat naast het park, de man wat dichter tegen de gevelrij, ik meer in het midden van de stoep. Ik kan zijn armen zien. En zijn telefoon. Het lijkt alsof hij een wichelroede vasthoudt. Soms houdt hij zijn armen wat meer naar links, dan weer wat meer naar rechts, terwijl zijn bovenlichaam meedraait.

Als kind raapte ik elke Y-vormige tak op. Dat deden we allemaal. Alsof we altijd op zoek waren naar water. Na een tijdje rondgelopen te hebben, zoekend, met gestrekte armen, alsof de tak je stuurde, liet je de Y trillen. “Hier zit het!” Dan stopte het spel. Niemand had ooit een schep bij zich.

De man lijkt ook op zoek naar water. Straks zal zijn telefoon gaan trillen: hier zit het! Hij zal stilstaan, zijn telefoon in zijn broekzak stoppen, de oranje rugtas van zijn rug halen en er een spade met een blankhouten steel en een donkergrijs blad uit tevoorschijn trekken. Hij zal vier stoeptegels oplichten en tegen de gevel zetten, netjes op een rij. Daarna zal hij de spade in de grond steken en gaan graven. Hij zal water vinden in de straat naast het park.

Eigenlijk moet ik naar links. Nu echt. Ik geef de man nog één blok. Niet veel later stopt hij. Zijn armen zwaaien naar links, wijzen naar een groene deur. Hij belt aan. Er klinkt een zoemer. De man gaat naar binnen.

Ik voel weer even aan mijn achterste kies. In mijn hoofd vraagt iemand of de man iets drinken wil.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Lees ook:
De jongste zit in de trein. Hij reist alleen
De haren van de jongste zijn kort geknipt
De maker had maar één blauw krijtje

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden