Plus

'Eigenlijk is een matras alles wat je nodig hebt, toch?'

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Vanuit het azc fietste ik richting de Amstel. Ik had de waterballonnen gooiende kinderen achter me gelaten, net als de heerlijke koffie van de barista's van de Refugee Company. Het was tijd om boodschappen te doen. Terwijl ik aan het lijstje dacht, kwam er een jonge man naast me fietsen.

"Hello, how are you?"

De jongen droeg een wit poloshirt, een spijkerbroek en teenslippers. Hij keek voor zich uit.

"Prima, dank je wel."

We zeiden niets. Zij aan zij fietsten we voorbij het metrostation, onder het viaduct door. De fiets van de jongen ratelde. Een verroest exemplaar waarvan het merk niet meer te lezen was. Samen draaiden we het fietspad op.

"Mooi weer, hè?" Hij knikte richting het groene talud. "Ja, heel mooi." De jongen viel weer stil. "Ik ga hier rechtdoor," zei ik, toen we de rotonde voor de Rembrandttoren naderden. "Ik ook," zei hij.

Ik lachte, deze jongen ging voorlopig nergens heen.

"Woon je in het azc?" vroeg ik, terwijl ik naar achteren knikte.
"Nee, in West. Ik heb daar een huis gekregen."
"Dat is fijn. Is het een leuk huis?"
"Nou, ik moet eigenlijk nog verhuizen."

Hij zei dat hij uit Ethiopië kwam. Omdat ik geen domme vraag wilde stellen, zei ik daar niets over. Ik weet nauwelijks iets over het land. Ja, dat er een goed Ethiopisch restaurant zit op de Weesperzijde, maar dat is het wel zo'n beetje.

Dus vroeg ik maar weer naar Amsterdam-West. Hij vond Oost leuker, zei hij. De parken, de mensen. Ik grinnikte. Ook al sprak hij de taal nog niet, hij was al een Amsterdammer.

Hij vertelde dat hij een budget had gekregen om spullen te kopen. Een matras had hij al, maar nu was er nog maar weinig over voor de rest. Maar goed, eigenlijk is een matras alles wat je nodig hebt, toch?

Ik wilde niet te moederlijk klinken, maar raadde toch ook maar een bed aan. De rest kwam nog wel. In mijn studententijd fungeerde mijn bed als tafel, bank en kledingkast, zei ik. En toch was ik heel gelukkig op die 12 vierkante meter met schuine muren.

"Hoe oud ben je dan?" vroeg de jongen.
"30."
"Echt?"
"Ja, en jij?"
"27."

Met de spullen kwam het wel goed, zei hij, met de studieplannen hopelijk ook. Het enige wat hij miste was een vriendin.

"Woon je nu alleen?" vroeg hij.
"Nee, met mijn man."

Hij begon onmiddellijk harder te trappen. Zijn profiel verdween tussen de fietsers. Die zag ik nooit meer terug.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden