Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Eigenaar Rob vond dat restaurant Elkaar onrecht was aangedaan

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Waarom zaten ik en de column een paar dagen geleden om half tien in de ochtend in een restaurant waaraan ik, op z’n zachtst gezegd, geen goede herinneringen had?

Restaurant Elkaar, op het Alexanderplein.

Ik herkende niets meer van het interieur, zestien jaar nadat ik er was geweest. De column bestond nog niet. Rob, de jonge man die tegenover me aan een tafeltje zat, nam Elkaar een jaar of zes geleden over, behield de naam, en heeft dus niets van doen met wat er zich al die tijd geleden in het restaurant afspeelde.

Toch stuurde hij een brief naar de hoofdredactie van Het Parool, waarin hij vroeg om een gesprek. Naar aanleiding van een column die ik op woensdag 23 maart had geschreven, en waar hij nogal ontstemd over was, omdat hij vond dat zijn zaak onrecht was aangedaan.

Die column betrof het bezoek dat ik zestien jaar geleden met mijn toenmalige vrouw aan restaurant Elkaar bracht, nadat culinair journalist Johannes van Dam een hoog rapportcijfer aan het restaurant had toegekend. Dat wilden we wel eens proeven.

De avond in het bomvolle restaurant werd een fiasco. We werden door het personeel vergeten, verwaarloosd, genegeerd, liefdeloos behandeld. Het was rampzalig. Ze konden het niet aan. En dat schreef ik op. Column: ‘Wat een kloterestaurant.’ Dat was de conclusie. Toen, in 2006, ik zeg het er nog maar even bij, Rob dus nog niet de eigenaar was.

Praten kan altijd, dus maakte ik een afspraak met Rob, en ik nam de column mee. Dus zat ik opeens, met de column op schoot, weer in restaurant Elkaar, achter een kop koffie. Om namens de column uit te leggen dat die een weerslag was van een avond lang geleden. Dat de zinnen niet sloegen op restaurant Elkaar anno nu.

Het werd een stekelig gesprek. We praatten langs elkaar heen. Welles nietes. Mijn column had niets met nu te maken, betoogde ik telkens. Rob vond van wel.

De column zat er wat ongemakkelijk bij, en schudde met zijn hoofd.

Rob viel vooral over het woord kloterestaurant, hij dacht dat het sloeg op zijn restaurant, en dat lezers dat ook zouden denken. Woedend was ie toen hij de column onder ogen kreeg. Vandaar die brief.

Goed lezen is een kunst, wilde ik zeggen. En goed luisteren ook, want ik begon een beetje pissig te worden omdat hij me, zo kreeg ik de indruk, niet wílde begrijpen.

De column suste me, want we zagen hoe het hem toch had geraakt, deze jonge ondernemer die met zijn team in deze onzekere tijd elke dag zo keihard werkt om zijn zaak te laten renderen.

Maar ik proefde ook dat hij iets persoonlijks van de column had gemaakt, een aanval op zijn zaak.

Dat raakte mij weer. Omdat dat niet in de column stond, en het ook niet de bedoeling was het zo te lezen. Ik dacht: te veel eer voor de column, Rob. En de column, die zich even heel even trots had gevoeld omdat hij reuring had veroorzaakt, knikte toen instemmend.

Uit Robs mond hoorde ik ook de woorden ‘rotweek’ en ‘slapeloze nachten’ komen. Geen fijne woorden om te horen. Hij zat trillend tegenover me. Hij streed voor zijn zaak, en dat sierde hem. De column stak een duim omhoog.

Ik hoop dat Rob is overtuigd dat de column en ik niets tegen zijn Elkaar hebben.

Rob vertelde ook dat iedereen een geweldige avond heeft in zijn restaurant, en met een glimlach weer naar buiten loopt. Dat wilden de column en ik graag geloven. (Allemaal naar Elkaar!)

De koffie was in elk geval uitstekend.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden