Plus

Eerst naar de Maccie en daarna met de auto Noord in

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

In Amsterdam-Noord staat de Basic Fit tegenover de McDonald's. Daartussen ligt een groot parkeerterrein waar autowasbedrijf Handwash is gevestigd. Ik geef er m'n auto af en ga zitten in de Maccie, waar ik zicht heb op de gang van zaken.

Terwijl ik op mijn telefoon achterstallige mail wegwerk en nieuwe plannen op papier zet, zie ik in mijn ooghoeken hoe een moeder met haar zoon aan de
tafel tegenover me komt zitten. Ik vang op dat de zoon niet kan wachten om naar huis te gaan, omdat het vast heel druk zal zijn op het plein. De moeder antwoordt dat ze niet te lang buiten kan blijven, in de zon, die nauwelijks schijnt. Het jongetje wil alleen een paar rondjes rennen en dan snel naar huis, dan kan ze in bed.

Dat is het punt dat ik besluit om op te kijken.

De moeder draagt een muts die iets te hoog zit, waardoor ik kan zien dat haar hoofd is kaalgeschoren. Het jongetje heeft een volle bos blond haar dat perfect in de war zit. Hij kijkt met grote blauwe ogen naar zijn fish filet.

Ik weet niet of ik hier intens gelukkig of juist verdrietig van word. En of ik überhaupt het recht heb om deze situatie op mezelf te betrekken. Natuurlijk niet.

Maar het raakt me. Ik voel geluk, omdat het jongetje nog kind genoeg is om zich ondanks de keiharde oneerlijkheid van de wereld te verheugen op z'n fish filet en spelen op het plein.

Verdrietig, omdat dit moment misschien wel voor altijd één van de laatste herinneringen zal zijn aan z'n moeder.

Hoe had ik dat willen doen met mijn eigen moeder, als het over kon?

Precies zo.

Ik zou haar in de Maccie trakteren op alles waar ze maar zin in had en d'r daarna in m'n schoongewassen auto meenemen Noord in. En dan alle wijken en pleintjes en straten en stegen en mensen laten zien die een beetje haar rol hebben overgenomen de afgelopen twintig jaar.

We zouden luisteren naar Tupac en ik zou haar uitleggen waarom uitgerekend hij de beste surrogaatmoeder was die ik mij ooit had kunnen wensen. Daarna zou ik, terwijl ik mijn eigen muziek afspeel, haar meenemen naar huis en voorstellen aan mijn vrouw en zoon.

Op dat moment schuift een medewerker een dienblad op m'n tafel en vraagt of ik nummer 97 ben. Voor ik antwoord, kijk ik naar de tafel tegenover me en zie dat de moeder en zoon weg zijn.

Ik heb niks besteld. Ik zit hier te wachten tot m'n auto schoon is. Ik ga zo weer weg. Dat wil ik zeggen. Maar dan zie ik dat op het dienblad een fish filet ligt.

Ik ben nummer 97, zeg ik. En voordat ik een hap neem, maak ik m'n ogen net zo groot als het jongetje zojuist. Ik kan niet wachten om naar huis te rijden, waar het hopelijk blauw ziet op het plein van de moeders en jongetjes.

Rapper en schrijver Massih Hutak (26) schrijft columns voor Het Parool.

Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden