Thomas Acda. Beeld Artur Krynick

Eerst de giftshop, daarna pas het museum

Plus Thomas Acda

Bij een bezoek aan een ­museum hoort altijd een schuifelen door de giftshop, en in tegenstelling tot menig kunstliefhebber heb ik daar helemaal geen hekel aan. Sterker nog, ik ga meestal éérst even naar de winkel. Het is voor mij net als bij de man die in restaurants altijd eerst het toetje bestelt – voor hetzelfde geld is er na de maaltijd geen trek of plek meer en dat is zonde want toetjes zijn het lekkerst. En ik kan het weten, want die man ben ik ook.

Uit angst dat ik blijf wandelen tot het museum dichtgaat, dans ik eerst langs Frida Kahlobrillenkokers en Van Goghbroodtrommels. Een stiftenset voor mijn dochter of een Keith Haringkaart voor mijn zoon. En niet eens om te laten zien dat papa weleens cultuur snuift. Ik ben een consument en zodoende nu eigenaar van een handzaam, mooi geel boekje vol met Surinaamse wijsheden.

Over de expositie in de Nieuwe Kerk kan ik u weinig vertellen, want na de giftshop ging ik eerst nog even naar het toilet. Ik had de deur nog niet achter me dichtgetrokken of de deur die toegang tot de toiletruimte bood vloog open. Zoenend kwamen ze binnen, de nieuwelingen. Dat geluid herkent iedereen. Humpf klumpf, zoenen met passie. En geritsel van handen die haastig over kleding wrijven en die verwijderen.

Twee lijven die tegen de handblower aanstootten en gelach toen die aanschoot. Ik was er maar bij gaan zitten. Ik sloeg mijn nieuwste aanschaf lukraak open. Dit ging wel even duren, hoorde ik door de deur heen.

Bobi na fu uma, ma te a bigi tumsi a e kiri pikin. De boezem is van de vrouw maar is hij te groot, dan vermoordt hij het kind. De maat kon ik slechts vermoeden, maar hier werd niet gestorven maar gevierd! Ik luisterde half maar heel jaloers. Nyanman no lobi nyanman – de ene smulpaap houdt niet van de andere. Zij vermaakten zich maar ik had het ook wel goed, eigenlijk. Pe dansie de, boro man de tu. Als het leuk is vliegt de tijd.

Ze gingen een stapje verder, daarbuiten. Puru bruku, weri bruku. Broek aan, broek uit. Toen las ik mijn favoriet: esi esi bun ma safri bun tu. Snel is goed, maar langzaam is ook goed.

Zo is het, dacht ik, en ik leunde achterover, gemakkelijker zittend. Dat ik daarmee per ongeluk doorspoelde, maakte ze aan de andere kant van de deur niets uit, maar ik had mijn broek nog niet uitgedaan. Bruku nu natti, dus ik moest sowieso blijven zitti nu. Tot de blower vrij was.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Lees ook:
Schiet mij maar in een ballonnetje
Ik ben goed voor drie dagen ziekenzorg
Bemande kassa’s staan als relikwieën stof te verzamelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden