Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Eer, vaderland, God, koning: daar moet je nooit voor willen sterven

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Achteraf gezien waren het nare discussies tussen mijn vader en mij.

Ik zei: “Wat dom zeg! Jij wilde je doodvechten voor Nederland!”

“Ja, dat wilde ik!” zei mijn vader.

“Nou, dom dus,” antwoordde ik.

Mijn moeder zat aan de eettafel naast mijn vader. Ik keek haar aan en vroeg: “En dat begreep jij?”

“Nou, als ik een pistool of een geweer had gehad en ik was een jap tegengekomen, had ik die meteen neergeknald,” zei ze.

Ik wist niet wat ik hoorde.

“Dat meen je niet.”

“Dat meen ik wel,” zei mijn moeder.

Ik werd kwaad.

“Ik moest van jullie naar zondagsschool, ik moest bidden toen ik bij oom Rudi en oom Herbert was, en dan zeggen jullie dat je voor het vaderland in de strijd wilde sterven en mama wil zelfs alle jappen doodschieten!”

“Zo is het,” zei mijn moeder resoluut.

“Nou schat, je moet niet overdrijven,” zei mijn vader, die ook enigszins geschrokken was van de ferme taal van mijn moeder.

“Ach, jij durft niks,” zei mijn moeder kwaadaardig tegen hem, “jij durft niet eens naar de buurman om te zeggen dat hij niet zo met de buitendeur moet slaan!”

Maar mijn vader meende het. Hij vond het een eer te sterven voor het vaderland. Als Indisch man. De hiërarchie was: God, vaderland en Oranje. Ik vond dat drie vloekwoorden; de reden waarom ik atheïst, pacifist en republikein werd.

Het tragische was dat destijds iedere bestuursambtenaar in Indië wist dat ons leger niets voorstelde in vergelijking het Japanse. We rekenden, tevergeefs, op Engeland.

Toen mijn vrouw zwanger was en wij niet wisten of we een zoon of dochter zouden krijgen, nam ik me heilig voor om mijn zoon een pacifistische opvoeding te geven: geen speelgoedwapens, geen Wilhelmus, geen gewapper met het rood-wit-blauw. Maar het werd een dochter. Mijn kleinkinderen krijgen nu ook geen pistolen, maar spelen wel computerspelletjes waarbij ik soms moet slikken.

Maar eer, vaderland, God, koning: daar moet je nooit voor willen sterven.

Hoewel. De angst bekruipt me als ik me voorstel dat de Chinezen het hier voor het zeggen gaan krijgen. Dat ik vrijheid moet inleveren. Dan ben ik bereid me te offeren als ik daarmee invloed kan uitoefenen. Ik begrijp de Oekraïners.

Ach, geef ons een paar illusies en we zijn bereid daarvoor te sterven.

Geef ons een paar illusies en we zijn bereid te doden.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden