Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Een ziekenhuis, 13 jaar geleden. ‘Er is geen tumor aangetroffen’

PlusRoos Schlikker

Een ziekenhuis, dertien jaar geleden. “Er is geen tumor aangetroffen. Waarom u ­draaierig blijft, is onduidelijk. Wellicht een evenwichts­verstoring. Te lang mee doorgelopen. We moeten u opnemen.”

“O. Maar ga ik hier dood aan?”

“Nee.”

“Dan kan ik mijn ouders wel bellen.”

Een sportschool, vier jaar geleden. “Ken dat wijffie echt gaan? Heb net drie kwartier op de grond gelegen. Geen oriën­tááásie. Had ze vaker. Ik zeg nog: je heb suiker nodig. Was ’t niet. Nou gaat ze naar huis. Allenig. Maar dat wou ze.”

Frankrijk, deze zomer. “Nee nee, Roos, dit gaan we niet doen. NEE. Niet opnieuw. O, daar ga ik. Oké. Rustig richting hotelkamer. Ze mogen het niet zien. Man. Vader. Kinderen. Kalm. Dan merkt niemand iets.”

Net toen ik het niet meer verwachtte, stond hij voor mijn neus. Als een oude, weggestuurde gast zette hij zijn voet tussen de deur. Mister Dizzy. Ooit woonde hij in mijn hoofd. Nu pleurde hij zijn koffer opnieuw neer en plofte met schoenen en al op mijn opgemaakte bed. Daar ligt hij nu twee maanden.

Ik ben uit elkaar gevallen. Dagen achtereen. Eerst laten mijn handen los. Vervolgens trekken mijn heupen me omlaag. Mijn schedelhuid kleeft als een blarenpleister aan de vloer. Ik lig midden in iets wat als een plas losse onderdelen voelt, wachtend tot de draaiaanval stopt en ik verder loop, met mijn vrolijkste gezicht.

Afgelopen jaren praatte ik honend over mezelf. Hoe lastig ik hulp vroeg. Dat ik niet in het openbaar huilde. Gekkenhuis. Maar die fase was ik door schade en schande voorbij. Zo raar zou ik nooit meer doen.

Jaja. Lekker lullen als schade en schande niet op je bank zitten. Nu de kwaal terugkeert, beland ik in dezelfde groef van de ooit grijs gespeelde langspeelplaat. Evolutie gaat traag. Of ik ben ongelooflijk hardleers.

Dus praat ik niet. Ik googel. Duizenden kwalen, honderden patiëntenfora. Opeens tref ik ziektesymptomen die ik herken. Evenwichtsmigraine. Is dat het? Mag ik dan een dokter bellen?

Ik aarzel. Het ikredmewelsyndroom is sterk. Om niet tot last te willen zijn. En omdat ziekte voelt als een aantasting. Wolkers schreef in Turks Fruit: ‘Medelijden is de ergste vijand van de liefde.’ Ik snap dat. Want wie zielig wordt bevonden, staat onmiddellijk buitenspel.

Bovendien is de wereld niet lief voor zwakte. Toen demissionair minister Van Ark opstapte wegens ernstige nekklachten, klonk er gehoon. Slappe hap. Makkelijke manier om je verantwoordelijkheden te ontlopen. Het is de vrees van elke zieke, beschuldigd worden van een ergere, ontmaskerende kwaal: aanstelleritis.

Dus zwijg ik. Tot het niet meer gaat. De nimmer wenende vrouw – niet omdat ze niet wil, maar omdat het niet lukt – die bij een neuroloog aan wie ze haar gezondheidsklachten helder wil uitleggen, binnen dertig seconden zit te janken, mét veel snot. Die vrouw ben ik.

De arts kijkt me aan. Ik verwacht een zakelijke medische analyse. Dan zegt ze zacht: “Ach meisje. Dit is niet vol te houden.” Ik knik. Dankbaar. Ik ben uit elkaar gevallen.

Maar eindelijk durf ik me te laten op­rapen.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden