Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

Een vriendelijk verzoek om moed te houden

PlusFemke van der Laan

Ik was iets vergeten. Voor ik de straat uit was, de hoek om, besefte ik dat ik de batterij niet bij me had. Ik had een nieuwe nodig. Een ronde batterij. Plat. Als een muntje. Maar welk muntje precies, wist ik niet. Toch was ik doorgelopen. Ik gokte het erop. In de winkel zou ik vast wel zien welke zou passen. Zoveel ronde platte batterijen zouden er niet zijn. Ik was de volgende straat uitgelopen, het plein over en weer een straat in. Nu sta ik naast een man met een blikje sinas in zijn hand. We kijken naar boven.

Ik had al naar boven gekeken. Er hing een vlag aan de kerk. Aan de toren. Houd moed, stond erop. En: heb lief. Onder elkaar. Ik zag het in spiegelbeeld. Het duurde even voor ik kon lezen wat er stond. Daardoor botste ik bijna tegen de man aan.

De man had “Ho!” geroepen, ik had sorry gezegd, naar boven gewezen: “Sorry, ik keek naar boven.”

Nu kijken we samen naar boven. Naar de vlag.

“Wat staat erop?”

“Houd moed. Heb lief.”

De man knikt. “O, ja.” Nu ziet hij het ook. “Streng, zeg. Nogal dwingend zo.” Hij neemt een slok sinas.

Ik houd niet van sinas.

“Anders past het niet.”

“Hè?” De man kijkt me aan. Er zit een diepe streep tussen zijn wenkbrauwen.

“Als ze het aardig zouden vragen, zou het niet passen. ‘Zouden jullie alsjeblieft moed willen houden?’ is te lang voor die vlag.”

Even zie ik het voor me. Een vlag tot aan de grond. Of langer nog. Een vlag die over de stoep sleept, de straat door, tot het plein. Met een vriendelijk verzoek. Om moed te houden. Alsjeblieft. Jullie.

“O, ja.”

De man kijkt weer omhoog. Ik kan de streep tussen zijn wenkbrauwen niet meer zien. Ik wil hem zeggen dat ik juist net dacht dat het misschien nog wel korter had gekund, dat ik me had afgevraagd of het niet genoeg was om alleen te vragen om lief te hebben. Of de moed er dan niet vanzelf is. Of anders nog. Dat het dan niet meer nodig is om moedig te zijn. Heb lief.

Ik houd mijn mond. Mijn zinnen zouden te lang zijn voor de streep tussen zijn wenkbrauwen.

“Nou, uitkijken waar je loopt, hè.”

In de winkel zijn er meer ronde platte batterijen dan ik dacht. Ik durf niet te gokken. Op de terugweg kijk ik weer naar boven. De vlag is een paar keer om zijn stok gedraaid. De eerste zin is bijna niet meer te lezen.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden