Ingezonden brief

'Een vreemde in mijn eigen stad'

Ik heb als Amsterdammer nog geen enkel voordeel van het enorm toegenomen toerisme kunnen ontdekken, schrijft Marjo Rijnders in een ingezonden brief.

Beeld anp

Soms krijg ik moordneigingen. Vrijdagmiddag nader ik om vijf uur de brug tussen Haarlemmerdijk en Haarlemmerstaat. Engelse hooligangeluiden zijn al te horen. Ongeveer vijftien mannen staan op de brug en als ik dichterbij kom, trekken acht mannen hun gulpen open en gaan van de brug af staan pissen terwijl daar net een rondvaartboot onderdoor vaart, onder luid geschreeuw. Omstanders staan verbijsterd te kijken.

Ik loop richting Bijenkorf en kan niet eens over de stoep lopen bij het Victoria Hotel. Daar staan een aantal bussen en honderden toeristen te wachten. Ik ben een vreemde in mijn eigen stad.

Zaterdagmorgen. Ik ga naar de Lindengracht om boodschappen te doen. De rolkoffers komen je tegemoet. Je kunt er van leven om je huis te verhuren via Airbnb en ik betwijfel of iedereen de inkomsten opgeeft aan de Belastingdienst. Onze VVE heeft gelukkig besloten het te verbieden.

Onderweg moet ik slalommen tussen de kotsplakkaten door; pizza, drank en jointje verdragen elkaar niet zo goed. Toeristenvuilnis: lege blikjes, flesjes bier, slabakken en yoghurtpakken. Onder het spoor bij de Westerdoksdijk hangt pislucht van de bezopen bierfietstoeristen, de bierfiets staat geparkeerd aan de spoorkant. Pissen in het Westerdok, al dan niet in Batmanpak of -cape.

Een sliert gele, rode of zwarte fietsen - het zijn er soms wel twintig - waarvan de berijders bellen en je niet laten oversteken, anders raken ze elkaar kwijt.

De volgende dag met de tram naar het Leidseplein, naar Cinecenter. Alleen maar toeristen die met koffie de tram in willen en de verkeerde ingang nemen, wat oponthoud oplevert. Geen Amsterdammer te bekennen. 's Middags in de Leidsestraat toeristen op de fiets die er lekker doorheen rijden, het is Amsterdam, dus het mag allemaal.

Het bovenstaande is elk weekend aan de hand. Ik heb als Amsterdammer en inwoner van het centrum nog geen enkel voordeel van het enorm toegenomen toerisme kunnen ontdekken. De binnenstad wordt beschouwd als een pretpark. Het is niet vijf voor twaalf, maar al vijf óver twaalf. Ik verlang terug naar de jaren tachtig; vervallen panden, junkies en tippelaarsters, maar de stad was wel lekker rustig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden