Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Een voor een zette ze in de dagen voor vertrek voor mij de twee miljoen beren naast de weg

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Toen ik negentien was, ging ik op kamers. Een tochtig verdiepinkje in een achterhuis in de Thijmstraat in Nijmegen.

Zonder telefoon. Om tekenen van leven te laten horen, moest ik naar de telefooncel in de Sint Annastraat. Een goor, vaak ondergepiest hok. Als je je kwartje liet vallen, durfde je het nauwelijks op te pakken. Telefoonboeken ontbraken altijd, of waren in de fik gestoken.

In mijn uit D. meeverhuisde eenpersoonsbed fantaseerde ik in de eerste weken van de studie niet over studeren, maar over de wijde wereld intrekken. Die zomer was ik met R. binnen twee dagen tot in midden Zweden gelift. Bij de Waalbrug gaan staan, duim omhoog en maar kijken waar ik zou uitkomen.

’s Ochtends trapte ik dan weer braaf naar de opleiding in Dukenburg. Om in de avond chili con carne te maken op het tweepits gasfornuisje. Een blik bonen, gehakt en een pakje van Knorr.

Twee jaar later verhuisde ik naar Amsterdam, dat dan weer wel. (Voor de liefde, moet ik erbij zeggen, die natuurlijk al snel na aankomst doofde. Maar ik woonde wel in Amsterdam. Amsterdam! Wat zou er van Monique K. geworden zijn?)

Jongste Dochter is net negentien geworden. Vorige week vertrok ze in haar eentje naar Costa Rica. Eerst was er een plan, toen het echt willen, daarna toonde ze me haar ticket. Dat alles binnen twee weken. Een voor een zette ze in de dagen voor vertrek voor mij de twee miljoen beren naast de weg.

Laat je het wel weten als je in het hostel bent aangekomen?

Natuurlijk.

Natuurlijk niet.

Moest ik haar midden in de nacht appen in de hoop een teken van leven te vernemen. (Ik was er ook voor naar de telefooncel in de Sint Annastraat gekropen.)

Uiteraard was alles goed gegaan. Ze lag al gedoucht in bed.

“Maar papa, OMG. Ik lig op een zaal met iemand die nog harder snurkt dan jij.”

Een paar minuten later.

“Dit overleef ik echt niet.”

Twee dagen later appte ze al een filmpje. Een stel jongeren op het strand. Een met gitaar, allemaal zingend. Ook Jongste Dochter. Op de achtergrond de zee en een zonsondergang waar je alleen maar van kan dromen.

Een niet te onderdrukken gevoel van jaloezie nam bezit van me.

Ik had natuurlijk ooit die jongen met gitaar willen zijn op een strand ver weg van Nijmegen.

We videobelden. Ze liet weten haar eerste surfles te hebben gehad en dat ze op de plank kon blijven staan. Overal spierpijn.

Ze keek steeds naast de camera.

“Ik moet naar taalles!” zei ze al snel, en weg was ze.

Ik ging naar de supermarkt want Oudste Dochter kwam eten. In een hip kookboek vond ik een recept voor chili con carne. Op de foto herkende ik niets van wat ik ooit in de Thijmstraat op dat tweepits toestel had gemaakt.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden