Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Een vlieg hoeft niets te leren, een vlieg kan alles al

PlusMarjolijn de Cocq

En dan blijkt dat zelfs een vlieg je kan aankleven. Hier overdrachtelijk bedoeld. Zo’n vieze, irritant zoemende vlieg met zijn hang naar zompige appels, hondendrollen, rottende kadavers, vuilniszakken en bezwete hoofden.

Allemaal de schuld van Jaap Robben, auteur van het bekroonde debuut Birk en het nu voor de International Man Booker Prize genomineerde Summer Brother – de vertaling door David Doherty van zijn ontroerende roman Zomervacht uit 2019. Ook dat verhaal, over Brian van dertien die met zijn louche vader op een afgelegen terrein in een non-descript land aan de zelfkant van de samenleving in een caravan woont en in de zomervakantie ineens wordt belast met de zorg voor zijn verstandelijk en fysiek beperkte broer Lucien, is me lang bijgebleven. Nu de roman internationaal is verschenen zijn de vergelijkingen met Rain Man niet van de lucht, de New York Times prees de ‘intieme, claustrofobische close-up’, een verfilming is in de maak.

En dan nu die vlieg.

Robben schreef, in een liefdevolle uitgave van uitgeverij Loopvis met illustraties van Paul Faassen, Biografie van een vlieg. Klein leven van een klein wezen in een klein boekje.

Drieëntwintig dagen heeft hij. Er was een vader, overleden ten gevolge van een mep met een opgerolde buurtkrant. Er was een moeder, die haar duizenden eitjes niet zozeer legde maar gewoon ergens achterliet. In geval van onderhavige vlieg in de drol van een bouvier – met de onderliggende tragiek dat de vlieg en zijn moeder elkaar een paar keer zullen tegenkomen maar nooit zullen herkennen.

Zijn dagen als larf zijn donker en nat en zonder herinnering – tot hij zich verpopt en geheel compleet naar buiten komt gekropen, met zijn vierduizend oogjes. ‘Onze Vlieg. Een vlieg hoeft niets te leren, een vlieg kan alles al. Een vlieg wordt niet geboren, een vlieg wordt pas wakker ergens middenin zijn leven. Terwijl het pas zijn eerste dag is.’

Het gaat over de orgastische geur van een lauwe overvolle groenbak, over bondige en eenzijdige vliegengesprekken: ‘Pas op! Mepper!’ ‘Hiero! Smullen! Dooie meerkoet!’

Als onze Vlieg een ‘Hiero! Levend vogeloogje om uit te drinken!’ signaleert, wordt hij gecorrigeerd door de eigenaar van dat oogje, Buizerd. Die griezelt van Vliegs poepvoetjes en hem zijn kleine hersens inwrijft ‘waar nooit een complete gedachte inpast.’ Maar die door het bestaan van Vlieg leert hoe het is om samen te zijn.

Ach, die Vlieg, eerst geplaagd, dan gestreeld door de herfstwind als hij uit het leven verglijdt op ‘hun’ lantaarnpaal.

Onweerstaanbaar.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden