Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Een tweede leven, wie wil dat nou niet?

PlusTheodor Holman

Ik ben nog nooit naar zo veel huwelijken geweest als de afgelopen tien jaar. Allemaal leeftijdgenoten. Ze proberen nog wat romantiek uit hun leven te persen en wij, oude vrienden, persen mee. Zo’n vertraagde trouwerij is ook een weerzien van vrienden die elkaar niet voor niets jaren niet hebben gezien.

Niemand is mooier geworden en hun ­wijsheid marineert wat in de witte wijn; het verval heeft zich voor de gelegenheid chic aangekleed.

Terwijl ik een modieuze komkommergintonic drink, roept de hoog en hees geworden stem van bruidegom Berend mij. Ik duw mijn mondhoeken naar mijn oren en terwijl ik hem nader, zeg ik: “Je wou van mij adviezen voor de huwelijksnacht?” Kleine grapjes kan ik uit voorraad leveren.

“Hohoho hahaha,” lacht Berend en ­trakteert me op een slijmerige hoestbui, die hij in zijn mouw oplost. “Nee, dat hoeft niet, hoor… Nee, ik vraag je voor iets anders.”

Zijn kersverse bruid komt bij hem staan. Ze is twee keer de hoeveelheid die ze dertig jaar geleden was, maar toen verzorgde ze een andere man, die zichzelf kundig dood heeft gedronken, en werd haar lichaam strak getrokken door haar zenuwen, die als snelbinders om haar lichaam leken te zitten.

“Wij hebben in Spanje een klein bibliotheekje annex antiquariaatje opgericht.

Voor Nederlanders,” zegt zij.

“Heet ie Annex? Goeie naam,” zeg ik.

“Hahaha,” lacht zij plichtmatig, “Misschien is Annex wel een leuke naam, ja… maar…”

Berend neemt het over: “Het zit zo, we ­hebben wat tweedehands boeken van jou gekocht, voor de verkoop, en nu vroegen we ons af: zou jij die willen signeren?”

“Een tweede leven, wie wil dat nou niet? Is het niet voor mij weggelegd, dan gelukkig wel voor mijn boeken,” zeg ik.

Ze leiden me langs de gasten naar een parkeerplaats – ik heb het idee dat ik door twee 70-jarigen wordt ontvoerd – en naar hun Mercedes, doen de achterbak open en ik kijk naar mijn boeken, die als jonge hondjes in een kartonnen doos lijken te huilen. Niks maakt zo nederig als je eigen onverkochte boeken te zien.

“Als jullie dit allemaal verkopen, hebben jullie meer aan mijn boeken verdiend dan ik,” zeg ik vrolijk.

“We hebben ook geïnvesteerd, hoor,” zegt Berend.

“Nou, schat,” zegt de bruid, “ik geloof dat je al die dozen voor tien euro mocht mee­nemen.”

Ik voel hun eerste huwelijkscrisis aan­komen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden