Plus Column

Een stoere moeder is geen vader

Femke van der Laan Beeld Oof Verschuren

Het is zaterdagochtend, iets voor achten. Ik zit in de vensterbank. Beneden in de straat is het stil. Alle auto's in het gelid, de bomen roerloos, fietsen hangend in de rekken. Niets beweegt nog.

Ik trek mijn benen naar me toe en leg mijn kin op mijn rechterknie. Om de hoek, waar ik hem niet kan zien, haalt de jongste zijn fiets van het slot. Terwijl ik wacht tot hij tevoorschijn komt, zie ik voor me hoe in de stad nog meer tienjarige jongens fietsen van sloten halen. Jongens met hoge sokken. En scheenbeschermers. Voetbalschoenen in een rugtas. Klaar om te gaan. Het is zaterdagochtend.

Ik til mijn hoofd op en leg mijn kin op mijn linkerknie. Dan weer op mijn rechter. Dan weer links. Als ik de jongste in het vizier krijg, ga ik rechtop zitten. Hij kiest een hoek van het kruispunt, gaat staan met zijn fiets tussen zijn benen en kijkt omhoog. Ik zwaai. Zijn hand gaat omhoog. Daarna wachten we samen tot hij wordt opgehaald.

Het was iets van hem en zijn vader, voetbal op zaterdagochtend. Nu is het alleen nog maar van hem. Als hij straks thuiskomt, zal ik vragen hoe het was. Zijn zussen zullen vragen hoe het was. Hij vertelt de uitslag. Was het leuk? Het was leuk. De lange sokken zullen in de wasmand belanden. De scheenbeschermers bij de schoenen in de rugtas. De enige jongen in huis.

Beneden op de hoek laat de jongste zijn fiets heen en weer gaan. Links, rechts, links, rechts. Met zijn handen houdt hij zijn stuur steeds net op tijd tegen. Als hij naar boven kijkt, zwaai ik weer. Hij knikt. Links, rechts, links, rechts. Naar boven kijken, zwaaien, een knikje.

Dan gaat hij op zijn zadel zitten. Hij zet zijn voet op de trapper en fietst langzaam de stoep af, steekt de straat over naar de volgende stoep. En dan weer de straat over. En weer. In een vierkantje fietst hij op het kruispunt. Zo langzaam dat hij bijna omvalt. Hij kijkt niet meer omhoog.

Ik laat mijn kin weer op mijn rechterknie rusten en denk aan hoe ik hem nooit laat winnen met armpje drukken. Niet met links en niet met rechts. Aan hoe ik probeer harder te stoeien dan ik eigenlijk wil. Aan hoe ik met hem tot het einde van de straat race. Om het hardst. En aan hoe weinig dat allemaal uithaalt. Een stoere moeder is geen vader. Hij is de enige jongen in huis.

De jongste steekt zijn hand op. Zijn lift is er. Hij kijkt naar boven en ik zie zijn lippen bewegen: "Dag, mam." Ik blijf zitten tot alles weer stil is in de straat.

Femke van der Laan (40) schrijft wekelijks over haar leven in de stad na de dood van haar echtgenoot Eberhard, de burgemeester van Amsterdam die op 5 oktober 2017 overleed.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden