Plus Column

Een stoere jongen uit de Banne moet zich in Molenwijk gedeisd houden

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Ik heb zelf jonge kinderen in de niet-luisterende leeftijd, dus mijn ­interesse was meteen gewekt toen ik hoorde van een bijeenkomst in de Bloemenbuurt waar volwassen bewoners in het buurthuis instructies zouden krijgen voor een constructieve omgang met hangjongeren op straat.

Het programma voor de avond beloofde onder meer een rollenspel, en ook dat leek me iets om naar uit te kijken. Met een beetje geluk zouden we schreeuwende mensen te zien krijgen, en daar betaal je in de schouwburg ­tegenwoordig rustig dertig euro voor. Dat is dan wel inclusief garderobe.

Met die hangjongeren heeft Noord trouwens het nodige te stellen gehad, zoals de afgelopen dagen ook weer bleek uit een tweetal huiveringwekkende verhalen over een groep van ­enkele tientallen jongeren uit Banne Buiksloot, kinderen soms nog, die hun buurt met intimiderend gedrag en soms grof ­geweld terroriseerden.

Het zijn verhalen waar je ­behoorlijk rechts en onverdraagzaam van kunt worden, maar in het buurthuis hebben zich de welwillenden verzameld, mensen die koppig blijven geloven dat het beter moet kunnen, als iedereen maar een beetje zijn best doet.

Dat laatste kon in elk geval ­gezegd worden van de vier jongens die op verzoek van de organisatie naar het buurthuis ­waren gekomen om wat uitleg te geven over de code van de straat.

Een tamelijk ingewikkelde code die van wijk tot wijk, en soms zelfs van straat tot straat kan verschillen. Een stoere jongen uit de Banne moet zich in ­Molenwijk gedeisd houden.

Wezenlijk onderdeel van de ­code is dat buitenstaanders zich beter niet met de groep kunnen bemoeien. Een moeder wilde weten hoe ze moet optreden tegen vechtende jongeren voor de deur. Vooral niet mee bemoeien, was het advies, want de kans is groot dat de hele groep, inclusief vechtersbazen, zich tegen de vredestichter keert.

En dat gebeurt dan niet met een petitie met handtekeningen. "We weten waar je woont," legde een van de jongens uit. "We bombarderen je huis." De cursusleider haastte zich te vertellen dat dat laatste niet letterlijk moest worden opgevat, maar erg geruststellend klonk het allemaal niet.

Dat gold ook voor het velletje met bijna twintig tips dat we na afloop van de bijeenkomst meekregen. In gedachten zag ik mij met mijn boodschappen op het pleintje voor de buurtsuper worden gejonast door een groep tieners, ondertussen zenuwachtig denkend aan tip twaalf: blijf rustig en duidelijk, probeer aan te geven waarom je iets wel of niet prettig vindt.

Het is een ingewikkelde materie. Ik snap wel waarom ze op de Stopera zo graag over bruggen praten. Voor een nieuwe brug kun je een bedrijf bellen dat er voor heel veel geld een aanlegt.

Maar een bedrijf dat complexe sociale problemen in de wijken voor eens en voor altijd oplost, is in het telefoonboek nog niet te vinden. Tot die tijd zal het vermoedelijk ploeteren blijven in deze buurten. Voor de volwassen bewoners, maar vooral voor de kinderen die er opgroeien.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool. Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden