PlusMaarten Moll

Een stad zonder cafés verliest haar ziel

null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Een stad zonder cafés verliest haar ziel.

Dacht ik terwijl ik heel snel door de Utrechtsestraat fietste.

Oosterling, Onder de Ooievaar, Bouwman, Krom.

Ik dwong mezelf niet naar links te kijken, niet naar rechts te kijken.

Ach, Krom… ik zat er de laatste dag voor de cafés moesten sluiten, half oktober.

Ik vond hem maar een pessimist, terwijl ik mijn Westmalle Tripel in het glas schonk.

De barman van café Krom.

“Twee, vier, zes weken, wie zal het zeggen,” zei hij toen. “Als we begin december weer open mogen wordt het natuurlijk meteen weer heel druk, zo voor de feestdagen, de kat en het spek, weet je. Misschien houden we het café wel dicht tot het nieuwe jaar.”

Ik herinner me ook dat er meteen werd geprotesteerd. “Nee!” riep een vrouw die aan een tafeltje bij het raam zat, “dat kan niet, hoor! We kunnen dit niet te lang missen. Je moet ons wel hoop geven.”

De barman poleerde een glas en glimlachte wrang.

Hij had de hoop al opgegeven.

Ik wilde het natuurlijk niet horen.

Het is een triest gezicht op oudejaarsdag, al die gesloten cafés.

Zorgeloos en achteloos een café inlopen voor een snelle koffie.

Wat is een stad zonder cafés.

Een zee zonder boten, een leven zonder tegenslagen.

Het is een kwelling langs een café te lopen dat niet open is. Een kwade droom.

Het is een beproeving.

Ze zijn er natuurlijk, de cafés. Ze staan te lonken, met de gordijnen open. Provocateurs.

Je mag er langslopen, je vergapen, maar je mag niet naar binnen.

Kijken, niet aankomen. Handjes op de rug.

(Ja, ik weet het, het is – hopelijk – maar tijdelijk, maar daar hebben we nu weinig aan.)

Eerder dit jaar keek ik nog wel eens naar binnen.

De lege bar met de onbezette krukken. Dode ruimtes.

Wat is oudejaarsdag zonder cafés die open zijn?

Nog even dat laatste glas. Nog even het oude jaar koesteren. Met bekenden, of tussen anonieme zielen.

Met nog een allerlaatste biertje dat nieuwe jaar voor je uit schuiven.

Die laatste tripel, in oktober. Ik voelde me altijd een beetje een aansteller, met dat schuin gehouden glas en dat voorzichtige inschenken (het bier moest snel naar binnen toe!). Het toetsen van de dikte van het schuim. Het in stilte afgeven op het spoelen der glazen.

Nu snak ik ernaar. Dat leegschudden van de fles. Het aanstellerige kijken naar dat volle glas met die schuimkraag.

Die cafés gaan volgend jaar weer open, en de stad krijgt haar ziel dan weer terug. Dat moet.

Want een eerste slok smaakt nergens zo goed als in het café.

Tot volgend jaar in Krom!

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden