Column

Een politieke belofte is zo veel waard als een geknakte tandenstoker

Beeld Het Parool

In den beginne was er chaos, maar toen schiep iemand - naar verluidt het stadsbestuur van 2001 - het mobiliteitsfonds. Dit alles om eenieder die zich blauw betaalt aan parkeergeld rustig te houden onder het motto: met uw parkeereuro's bouwen wij parkeergarages.

Maar rust kan niet eeuwig duren, zeker niet in de politiek. In de loop der tijd ontstond er onenigheid over waar het fonds nu precies voor bedoeld was. De preciezen wezen op gemeentelijke geschriften die stelden dat het fonds beoogt 'een directe en zichtbare relatie te leggen tussen de inkomsten uit parkeermaatregelen en de besteding hiervan in het kader van de aanpak van het mobiliteitsbeleid'. De rekkelijken betoogden echter dat je vooral in de geest van de gemeentelijke geschriften moest handelen.

Eén van deze rekkelijken was wethouder Pieter Hilhorst van de Partij die vooral van de Arbeid is en pas daarna van het grootkapitaal. Het was begin 2014 en de strijd om de Stopera was net losgebarsten toen hij zijn uitspraken deed. Hij wilde een deel van het opgehaalde parkeergeld besteden aan het bouwen van woningen. Immers: liever een dak boven het hoofd van een extra Amsterdammer dan boven een extra auto.

Hoon viel hem ten deel. Hoe durfde Hilhorst te graaien in een fonds dat bedoeld was voor het financieren van parkeergarages, fietspaden en het beheer van de openbare ruimte, zo brulde Eric van der Burg van de Volkspartij voor Vrij parkeren en Democratie. Ook Jan Paternotte, leider van Financieel Degelijk66 vond het maar niets.

Hilhorst hield het niet lang uit op het politieke slagveld, en toen alle rook was opgetrokken, vormden Van der Burg en Paternotte een nieuw stadsbestuur, samen met de Socialistische Patriotten. Het mobiliteitsfonds leek gered.

Of toch niet? Een politieke belofte is zo veel waard als een geknakte tandenstoker.

Eenmaal in het zadel was Van der Burg opeens wel bereid om geld uit het mobiliteitsfonds te graaien voor andere doeleinden. En Financieel Degelijk66 had daar geen enkel probleem mee.

Dit tot verdriet van purist Werner Toonk, die met lede ogen moest toezien hoe zijn Volkspartij voor Vrij parkeren en Democratie haar idealen verkwanselde.

Gelukkig was daar Henk Boldewijn, een nieuweling afkomstig uit het zuidoosten van de stad. Als nieuwe verkeersman van de Partij die vooral van de Arbeid is en pas daarna van het grootkapitaal sprong hij op de bres voor het fonds.

In het heetst van de strijd sprak hij de legendarische woorden: 'Het mobiliteitsfonds mag alleen worden ingezet voor mobiliteit.' Toonk kon zijn oren niet geloven. Was het echt één van de navolgers van mobliteitsfondsplunderaar Hilhorst die hier verkondigde dat de miljoenen euro's aan parkeergelden alleen voor verkeer en openbare ruimte mochten worden ingezet?

Boldewijn bevestigde dit, met een waardige blik in zijn ogen. Een nieuwe wind kan zomaar gaan waaien.

Maar Boldewijn had buiten zijn partijleider Marjolein Moorman gerekend. De brave volgster van Hilhorst riep Boldewijn op het matje om hem te vertellen dat de partij van de kant van de rekkelijken was en allerminst van de preciezen. Jammer voor Toonk, jammer voor het mobiliteitsfonds.


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.

Elisa HermanidesBeeld Het Parool
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden