PlusMaarten Moll

Een paar seconden later keek een grote vrouw met een angstig gezicht de straat af

Maarten Moll
null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik had al een behoorlijk lange tijd niet met aandacht naar het verzorgingstehuis hiertegenover gekeken.

Andere prioriteiten. Een vader die moeilijk ligt, dochters die willen verhuizen, zelf een paar dagen geveld door een virusinfectie. Veel voetbal op tv. Dikke boeken die gelezen moesten worden. (Die van Arriaga en Marías.)

Ik had ze verwaarloosd, mijn mensen. Want het zijn mijn mensen. Ze lopen al een jaar of zes door mijn leven.

Ik besloot een dagje goed op te letten, bezorgd als ik was of ze er allemaal nog zouden zijn.

Eerst de gevel.

Ik zag nieuwe dingen, wat er in de regel op neerkomt dat er nieuwe bewoners achter de ramen zijn komen wonen. En dat de oude bewoners...

Helemaal links op tweehoog zag ik in de vensterbank een vaas met twee roze bloemen staan. Ik meende me te herinneren dat daar voorheen twee porseleinen honden stonden. Wit met zwarte stippen.

Waar zouden die honden naartoe zijn gegaan? Ik denk dat ze naast de andere honden en katten bij elkaar staan in een stellingkast van het asiel van de overledenen: de kringloopwinkel.

De vitrage was op zo’n manier weggeschoven dat de vaas met bloemen direct zichtbaar was. Een teken naar de wereld dat er geleefd werd?

Geen idee wie nu achter die roze bloemen woonde.

Op het bankje voor het verzorgingstehuis zat de rookster. Even onbewogen als anders. Af en toe hoorde ik een enorm gehoest. (Hoe had ik dat de afgelopen tijd niet kunnen horen?)

De Buik – rechtsboven op driehoog – had twee leeuwen op zijn raam geplakt die uitvergrotingen waren van het wapen dat de spelers van het Nederlands elftal op hun borst dragen. Nu al in de stemming voor het WK. Maar hij liet zich niet zien.

Halverwege de ochtend zag ik achter de roze bloemen een gestalte opdoemen. Een paar seconden later keek een grote vrouw met een angstig gezicht de straat af. Grijze krullen en een te kleine bril.

Ik kon er een geschiedenis bij bedenken.

En daar weer boven, op de hoogste verdieping, was het hele sinterklaasfeest al bij voorbaat overgeslagen, want daar stond, met zijn rug naar me toe, maar ik herkende hem toch, een kleine kerstman in de vensterbank. Zonder zak met cadeautjes over zijn schouder, wat ik dan weer jammer vond.

Even later zag ik de oude man met de vlinderbril. Hij had zoals altijd een krant in zijn handen, wat me heel erg goed deed.

Gelukkig. Aan het begin van de middag zag ik de Buik over het balkon hangen. Zijn pens verpakt in een zwarte trui. Zoals altijd zonder broek. Hij keek heel tevreden.

Ik miste alleen mijn vriend in zijn oranje T-shirt. Maar die trof ik in de namiddag – de groene gordijnen waren nog steeds niet opengeschoven – bij het Kruidvat, waar hij bij de droppotten rondscharrelde.

Iedereen die ik kende, was er tot mijn opluchting nog. Springlevend en wel. Ze waren gewoon doorgegaan met leven.

Maar wat ik me afvroeg: hadden ze zich ook zorgen om mij gemaakt?

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden