Beeld Artur Krynick

Een paal bij de Amstel

Plus Thomas Acda

Er staat een oudere heer leunend op een klassieke wandelstok in de berm langs de Amstel. 

Het is sowieso een klassieke man; ruitje in de broek en waarschijnlijk ook in de jas maar dat kan ik niet zien want zijn overjas is het vertrouwde coach/scout/ Derrick-achtige overgooisel dat eigenlijk alleen Cruijff in zijn Barcelona-dagen goed stond. 

Als Johan met wapperende flappen het veld op stiefelde om de scheids in alle bescheidenheid even op zijn zojuist begane dwaling te wijzen, zag je een oude Griek in het lichaam van een jochie uit Betondorp. 

In de jas van zijn vader. Een eeuwenoud drama in een geleende jas.

Ik blijf even naast de man staan om te zien waar hij naar kijkt. Achter hem, in onze rug, ligt de Amstel; toch meestal de aandachttrekker hier. 

Ineens kijk ik angstig opzij. Ik sta hier toch niet met die Pieke Dassen van FvD, hè? Vast een aardige vent, maar mijn ervaring met politici is dat ze je monsteren en ik ben te moe voor politiek. Help het land zelf maar naar de gallemiezen, schrijf ik er wel een liedje over. Ieder zijn vak.

“Ik begrijp niet wat dit is,” zegt de man. Het is hem niet, die partijmeneer. Kan ook helemaal niet, want die woont in Maastricht.

“Is het een standbeeld? Waarom dan zo dun? En wie eer je met een... gigantische hoekpunt van leisteen?”

“Het is een paal,” zeg ik, want al zijn vragen beantwoorden, daarvoor ben ik ook te moe. Ik kom wandelen uit Maarssen en ik heb geen idee meer waarom dat een goed idee leek.

“We zijn eruit!” Hij lacht maar niet ­cynisch, ironisch hoogstens. Mooi. Voor cynisme ben ik óók te moe.

“Er staat een paaltje met een QR-plaatje voor,” zeg ik.

“QR? Van Dallas?” vraagt hij verbaasd.

“Nee, dat was Djee Ar. Dallas? Hoe komt u daar nou op?”

“Dat gefriemel daar?” wijst hij.

Om een beetje op te schieten sla ik de conversatie van ‘scannen met de app’ over en pak mijn eigen telefoon. Het spijt de ­gemeente dat de pagina die ik zocht niet meer beschikbaar is. Ik zou op internet kunnen zoeken? Die gemeente toch. Ik google al.

“Het is een banpaal,” lees ik voor. “Als je verbannen was mocht je niet dichter dan hier de stad benaderen.”

“Ach zo,” zegt de man. “Nou, ik ben al heel oud. Dus dat zal inmiddels wel verjaard zijn. Goedemiddag.”

En hij loopt rustig door. Ik ook. Maar minder rustig. Jammer dat ik niet verbannen ben, dan was ik nu ver genoeg gekomen.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van ‘de’ Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden