Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Een oude foto van mijn ouders, achter in de twintig

Plus Theodor Holman

Op de foto zijn ze achter in de twintig.

De camera bewoog enigszins. Het zwart-wit heeft de tijd goed doorstaan, maar alles is toch vager geworden. Ik pak zijn loep en bekijk het plaatje alsof het een bijzondere postzegel is.

Er is plezier. Lachende gezichten,

De datum achterop de foto is 6-12-1941.

Een tafel met vaag wat cadeautjes. Redelijk prominent – alsof het daar om ging, de jeneverfles. Vier borrelglaasjes eromheen.

Hij is in uniform, zij draagt een witte jurk en een witte blouse.

Schuin achter hen, als een duiveltje, is Zwarte Piet. Geen idee wie dat geweest zou kunnen zijn. Ook weet ik niet wie deze foto maakte. Of waar precies.

Ik probeer meer te ontdekken. Helemaal rechts zie ik iets van een stoel die van bamboe gemaakt is. Steeds gaat de loep terug naar hun gezichten. Die vrolijkheid heb ik te weinig gezien. Niet dat hij er nooit was, maar hij was zeldzaam en dan nog op een wijze alsof ze er geen recht meer op hadden. Door de loep kan ik het wit van hun tanden zien.

Het is alsof ik hun gesprekken uit die foto wil trekken. Het is waar dat ik hun lach bijna kan horen. Ik heb een tijd gehad dat ik mij hun stemmen niet meer voor de geest kon halen; nu roep ik ze gemakkelijk op.

Ik draai de foto weer om om naar de datum te kijken.

Twee dagen later zou Nederland Japan de oorlog verklaren. Aan het uniform te zien was mijn vader al onder de wapenen als ‘landstormer’. Mijn zuster was op dat moment twee maanden oud, maar die zie ik niet. Wat dachten mijn ouders op dat ogenblik? Waar spraken ze met elkaar over als ze alleen waren, en met vrienden? En hoe komt die foto hier in Amsterdam? Wie zette de datum erop?

Is het de afwezigheid van het wereldgebeuren waarom ik dit gekartelde zwart-wit-plaatje steeds opnieuw bekijk? Of wil ik mijn ouders zo vrolijk zien? Was hun vrolijkheid werkelijk ongecompliceerd?

Een paar maanden later zou mijn vader geïnterneerd worden in een kamp in Malang. Niet lang daarna werd mijn moeder gevangengenomen.

Onder alles wat ze daar verloren was ook die ongecompliceerdheid. Als ze lachten was dat in mineur. Waren ze vrolijk dan leek dat op een vergissing.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden