Ashgan El-HamusBeeld Agata Nowicka

Een mondkaplach is beter dan een normale

PlusAshgan El-Hamus

Een straathoek in Vietnam. Ik zit op zo’n net te klein plastic stoeltje, er loopt een tienerkoppel langs. Ik kijk waar ze naar toe gaan, want het zijn tieners, die hebben een karakter dat avontuur ademt. Over ademen gesproken, ze dragen mondkapjes, want naast hormonen is er ook een virus uitgebroken. Ik vraag me af of ze het af en toe afzetten om te zoenen, of misschien zijn ze nog niet zover. Ik kijk naar hoe ze lopen, een veilige meter tussen hen in, en weet het zeker; ze zijn nog niet zover.

Haar ogen knijpen samen, ze lacht om zijn grap. Een mondkaplach is beter dan een normale. Ze heeft ze opgemaakt, die ogen. Hij heeft een shirt aan dat zorgvuldig is uitgekozen voor deze avond, de strakke vouwen in het wit verraden de strijkbout van zijn moeder.

Vlak tegenover mijn te kleine krukje stappen ze een enorme bioscoop binnen. Natuurlijk. Aan de andere kant van de wereld worden elke dag mensen geboren, gaan elke dag mensen dood en gaan tieners op vrijdagavond naar de bioscoop. Naar andere films dan wij, of naar dezelfde, nagesynchroniseerde variant. De cola even waterig als bij ons, de popcorn misschien net anders, maar net zoveel rimpels op je lippen na een hele bak. En het zal ze, net als onze tieners, op geen enkele manier gaan om de film zelf.

Voor elke tiener is een bioscoop hetzelfde. Geen plek om geraakt te worden door verhalen, geprikkeld te worden door beelden, of meer van die onzin, maar een plek om te vozen. Wat een bevrijding, mensen die naar een plek gaan die ergens voor bedoeld is, voor precies iets anders.

Rode, zachte stoelen, gemaakt om diep in te zakken en zich te verstoppen voor de rest van de zaal. De bakken popcorn waarin ze per ongeluk expres elkaars hand aanraken. De donkere scènes, perfect om stiekem naar de ander te kijken. Nooit eerder van zo dichtbij.

En met een beetje mazzel zijn er die momenten waarop alles samenkomt. Een luidruchtige, donkere scène, speciaal gemaakt voor vozende tieners. Diep wegzakken, handen in de popcornbak, een krampachtige glimlach, en dan langzaam maar vooral snel naar elkaar toe bewegen. Een kus vol ongemakkelijke timing. De lengte afhankelijk van de volgende lichte, stille scène die de film brengt, waardoor iedereen elkaar ineens weer ziet en hoort zitten. Weer rechtop zitten in het licht, en dan proberen niet te hard te ademen, en naar het beeldscherm te kijken. Alles gemist, of alles meegemaakt, het is maar net hoe je het bekijkt.

Anderhalf uur later zit ik nog steeds op hetzelfde te kleine plastic krukje, het is tenslotte vakantie, en loopt het koppel weer langs. De mondkappen weer op, maar in plaats van de veilige meter die zich eerder tussen hen in bevond, de meter van toen ze nog niet zover waren, houden ze elkaars hand vast. Weliswaar in een houding die op geen enkele manier als prettig kan worden ervaren, maar daardoor niet minder romantisch. Blijkbaar maakt het niet uit of de tyfus uitbreekt, of welke film er draait, tieners zullen altijd op vrijdagavond een bioscoop zoeken om te vozen. Tieners willen in het donker bestaan.

Op de volgende hoek stoppen ze, schuiven ze hun mondkapjes aan de kant en geven ze elkaar een vluchtige kus op de wang, zonder elkaar aan te kijken. Te spannend. Ze lopen allebei een andere kant op, met de mondkapjes aan de kant geschoven, alsof het virus ze ineens niet meer raken kan.

Reageren? a.elhamus@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden