Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Een meisje met een beer voor Amsterdam Centraal

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Ze staat daar met een beer tussen de mensen.

Een leeftijd waarop je alleen nog voelt en weinig kan begrijpen.

Ze heeft het koud. Ze is duidelijk moe.

Op haar wang ligt waarschijnlijk nog haar vaders kus als een onzichtbaar veertje. Met een riem zit ze aan haar moeder vast. Soms denkt ze dat ze een hond is.

Een vriendelijke vrouw neemt haar moeder en haar mee naar de bus.

Er zitten meer kinderen met moeders in de bus.

Ze kijkt uit het raam. En ziet een oude man met grijs haar zwaaien. Hij heeft een hondje bij zich.

De oude man lacht zo lief als hij kan.

Wanneer de bus is weggereden, loopt de man naar huis.

Niemand let op hem. Hij doet net of hij verkouden is, snuit zijn neus en dept zijn ogen.

Thuis belt hij zijn zuster. Vier jaar oud toen die uit het Japanse Kamp kwam.

Hij vertelt wat hij zag voor het station.

Opeens zegt ze: “Ik was gevallen toen we het kamp verlieten om met het vliegtuig naar Singapore te gaan. Ik hinkte. Maar ik liep gewoon door, want mamma wilde zo snel mogelijk weg en dus ik ook. Toen we na een lange tocht eindelijk in Singapore waren aangekomen en vandaar na een nog langere tocht in Holland - ik had koorts en diarree - hinkte ik nog. Opa vroeg aan mij: waarom hink je? Omdat ik pijn heb, zei ik. De dokter constateerde dat ik m’n enkel had gebroken.”

“Waarom vertel je dit?”

“Omdat ik weet dat pijn en verdriet grenzen kennen. Te veel verdriet en te veel pijn voel je op een gegeven moment niet meer. Dat had mamma ook, weet je wel, toen ze werd gemarteld. Het kon haar niets schelen. Als je martelt moet je eigenlijk niet te veel pijn doen.”

Beiden lachen aan de telefoon. Zou iemand hun lachen begrijpen?

“Die pijn,” vertelt zuster, “komt er later pas uit. Als angst die zich verborgen heeft gehouden en die als een wind door je kop suist. En soms een stormwind wordt.”

Het meisje met de beer voor het raam in de bus kruipt weer in zijn geest naar voren.

Hij beseft dat hij nog een keer aan zijn zuster vertelt wat hij zag.

“Ja, dat zei je net.”

“Ja, weet ik, ik vertel het nog een keer aan mezelf.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden