PlusMaarten Moll

Een man wil soms gewoon even alleen zijn

Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

De man zat weer in zijn auto.

Arie heet hij, een jaar of zestig ver in zijn leven. Zijn vrouw stond een keer voor de Ford Ka en riep: “Arie, kom uit die auto! Nu!”

Arie beef zitten, en gezien de woede van de vrouw was dat maar beter ook. Hij verborg zich achter zijn krant. De vrouw liet een ruitenwisser een hele tijd flink op de voorruit kletsen en liep toen weg.

Ik stond er met mijn schijnheilige gezicht bij en Arie keek me in de ogen. Ik had verwacht dat hij zijn schouders op zou halen, met zo’n gezicht erbij wat betekende dat hij ook niet wist wat de vrouw bezielde. Maar dat universele gebaar bleef uit. Hij blies alleen maar lucht uit, en pakte zijn krant weer op.

Arie in zijn beige jas en zijn dikke hoornen bril die me altijd aan Alec Guinness doet denken toen hij Smiley speelde.

Dat was hierachter, bij het water. Ik denk dicht bij de echtelijke sponde, te dichtbij, want sinds het ruitenwisserconcert zet Arie de auto op de grote parkeerplaats bij de hockeyvelden.

Gisteren zat hij daar dus weer. Raampje open.

Er zijn allerlei redenen te bedenken waarom een man in zijn eentje op een parkeerplaats in zijn auto gaat zitten. Ik denk dat het erop neerkomt dat een man soms gewoon even alleen wil zijn.

Nou ja, even, ik heb hem een keer een bolletje uit een grote boterhamzak tjokvol broodjes zien pakken. Ik zag hoe hij gretig een flap van de plak kaas die uit het broodje hing weghapte.

Hem uit zien stappen om eens uitgebreid zijn broek op te hijsen. Even de benen te strekken. Om daarna weer achter het stuur te gaan zitten. Met z’n krant.

Een onschuldig tafereel.

Telefoneren doet hij ook. Ook dat kan van alles betekenen. Meestal met het raampje dicht. (De schijnbaar onschuldigen moet je altijd extra in de gaten houden.)

Gisteren, terwijl de hond aan een struik snuffelde, praatte hij in zijn mobieltje.

“Zit ik weer te niksen? Nee hoor, ik ben in Noord, bij Remco.”

Over de brug zag ik een gedrongen persoon aan komen lopen. Driftige pas.

Arie zag het niet.

“Nee, niet voor de duiven, voor die emmers latex.”

Ik wilde wijzen, maar ik deed het niet.

“Hoezo ik zie je toch zitten?” zei Arie, en zijn gezicht sloeg bliksemsnel en heel mooi om van de onschuldige naar de zeer zorgelijke stand.

Arie keek over zijn schouder. Ik hoorde het vergrendelen van de portieren, zag het raampje omhoog zoeven.

Aries vrouw was al bijna bij de Ford Ka.

Arie verborg zich achter zijn krant.

De vrouw morrelde aan de greep van het portier.

Tevergeefs.

“Doe die deur open, lafaard!”

Arie deed niets, bood zijn vrouw alleen zicht op de voorpagina van zijn krant, waarop het aan de foto te zien over bosbranden ging.

“Klootzak!” schreeuwde de vrouw.

Vanaf mijn positie bij de bosjes kon ik Aries gezicht zien.

Hij lachte, maar ik wist niet waarom.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden