Patrick MeershoekBeeld Maarten Steenvoort

Een laatste applaus voor Circus Elleboog

PlusColumn

Loopballen in felle kleuren, eenwielers, rekken met circuskleding en een met sterren beschilderde kist met valluik voor de grote verdwijntruc: verdeeld over 181 kavels ging enkele dagen geleden bij een Amsterdams veilinghuis de boedel van Circus Elleboog onder de hamer.

Het was het treurige einde van een instituut, deze verkoop bij opbod van de nalatenschap van het beroemde jeugdcircus.

Bijna zeventig jaar lang vervulde Circus Elleboog een belangrijke rol in de stad als veilige haven voor honderdduizenden kinderen die er na schooltijd aangemoedigd werden hun talent te ontdekken en hun zelfvertrouwen te vergroten.

Circus Elleboog was het geesteskind van wijlen Ida Last, zo'n monumentale vrouw die voor de oorlog had gewerkt als inspectrice van de Amsterdamse speeltuinen en haar verdere werkzame leven volledig in dienst had gesteld van het welzijn en de ontwikkeling van de kinderen en jongeren in de stad.

Het jeugdcircus was niet zozeer een doel als wel een middel om arbeiderskinderen uit de verpauperde buurten in de stad in hun vrije tijd een plek te geven waar zij de zorg en aandacht kregen die thuis of op straat maar moeilijk te vinden waren.

De pedagogische aanpak van Tante Ied, zoals Last werd genoemd, kon worden gevangen in één heerlijke zin: alles wat kan, dat mag. De kinderen kregen binnen de muren van Circus Elleboog alle vrijheid, zolang zij zichzelf of anderen maar geen kwaad deden.

De verpauperde buurten werden opgeknapt en trokken nieuwe groepen bewoners naar de stad, maar Circus Elleboog behield ook in andere tijden zijn bestaansrecht.

Kinderen uit de grachtengordel kwamen er samen met kinderen uit achterstandsgezinnen om zich te bekwamen in het vak van jongleur, acrobaat of clown.

Tien jaar geleden begon de ellende, toen de organisatie aan het einde van het boekjaar een tekort van enkele tonnen bleek te hebben opgebouwd.

Het stadsbestuur sprong nog bij, maar het instituut was kwetsbaar geworden. Bij een grote herziening van de subsidies in 2015 draaide het nieuwe college de geldkraan voldoende dicht om het stervensproces in gang te zetten.

Boekhoudkundig ongetwijfeld een verstandige zet, maar verder in alle opzichten een onbegrijpelijke blunder. Niet eens vanwege het behoud van een geliefd instituut. De dinosaurus is uitgestorven, The Beatles zijn uit elkaar en in alle redelijkheid kan niet worden verwacht dat Circus Elleboog wel het eeuwige leven zou moeten hebben.

Maar een circusschool die zich inzet voor de lichamelijke en sociaal-emotionele ontwikkeling van een grote groep kinderen, daar is vandaag in de stad heus niet minder behoefte aan dan zeventig jaar geleden. Denk aan de zorgen over kinderen die afglijden in de criminaliteit, denk aan de strijd tegen obesitas.

Circus Elleboog had nog steeds van grote waarde kunnen zijn voor Amsterdam, maar dat feit werd deze week eenmaal, andermaal, verkocht.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden