Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

Eén kwestie, twee visies: de reacties op islamitisch geweld

Plus Om de wereld in 800 woorden

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de reacties op islamitisch geweld.

Lawaai maken

Wie de geschiedenis wil beschrijven, doet er verstandig aan enige afstand in acht te nemen, maar wie te ver afstaat, verliest het contact met wat werkelijk is gebeurd. Die gedachte kwam bij mij op toen ik het item zag dat het tv-programma EenVandaag onlangs uitzond over de moord op Theo van Gogh – vandaag precies vijftien jaar geleden.

Volgens EenVandaag zouden ‘de vrienden van Theo van Gogh’ een lawaaidemonstratie hebben georganiseerd. Die vond plaats op de Dam, waar de menigte werd toegesproken door de toen­malige burgemeester Job Cohen. Dat de vrienden van Van Gogh zo’n demonstratie wensten, is een volkomen onjuiste voorstelling van zaken. Dat weet ik, omdat ik er bovenop heb gestaan toen de vrienden in de ochtend van 2 november 2004 bijeenkwamen in de Van Breestraat, waar het kantoor van Column was gevestigd. Column produceerde de films van Van Gogh.

Het punt was nu juist dat de vrienden geen demonstratie wilden, en een lawaaidemonstratie vonden zij al helemaal bespottelijk. Nog kort voor zijn dood had Van Gogh met afkeer gesproken over al die demonstraties en stille tochten die regelmatig in ons land werden gehouden.

Hij zag niets in dat soort openbare getuigenissen van verdriet. De lawaaidemonstratie was het idee van de burgemeester en het stadsbestuur, die vreesden dat de woede onder de Amsterdamse bevolking uit de hand zou lopen. Wat Van Gogh er zelf van zou hebben gevonden, vond men onbelangrijk.

Dat burgemeester Cohen op de Dam zou spreken, was evenmin overeenkomstig met wat het groepje vrienden ervan dacht. Theo had Job een paar maal ‘de NSB-burgemeester’ genoemd en daarom leek hij niet de geschikte man om de verontruste demonstranten toe te spreken. De ouders van Van Gogh, die ook naar de Van Breestraat waren gekomen, hebben toen Rita Verdonk – de toenmalige minister van Vreemdelingenzaken en Integratie – als spreker voorgesteld.

In die tijd had Van Gogh een uitstekende relatie met Verdonk, niet in de laatste plaats omdat hij daarmee heel links Nederland epateerde. Tenslotte spraken Job Cohen én Rita Verdonk. Vervolgens begon een volgestroomde Dam op instigatie van de burgemeester als een kleuterklas lawaai te maken. Geen van de vrienden van Van Gogh is – voor zover ik weet – op de Dam aan­wezig geweest. Ze hadden wel iets beters te doen.

Grote ongeregeldheden hebben zich destijds niet voorgedaan, al beweerde de schrijver Anil Ramdas nog dat hij was gemolesteerd. Met de kennis van nu kun je het een pluspunt noemen van het toenmalige gemeentebeleid dat er geen rellen zijn uitgebroken. Wel moet het in die tijd zijn geweest dat de mocromaffia is ontstaan.

Max Pam

Perverse angst

Meermaals is het me door een Arabische gesprekspartner te verstaan gegeven: ik deed er goed aan de benaming Islamitische Staat zo min mogelijk te gebruiken.

Beter kon ik spreken van Daesh, de enigszins versluierende afkorting die Arabische regeringswoordvoerders het liefst hanteerden. Want Islamitische Staat was feitelijk een onislamitische staat. Het jihadistische project was een vreselijke aberratie en had niets met de o zo vreedzame islam te maken.

Uiteraard waren er ook Arabische zegslieden die nog een stapje verder gingen: die hele IS was een subversief fabricaat van de CIA. Of van de Israëlische Mossad. Of van allebei. Er was altijd wel een obscure westerse bron voorhanden waar dit aan kon worden toegeschreven.

De versluiering was wel besteed aan Barack Obama. In zijn ambtsperiode moest hij bij herhaling zijn afkeuring uitspreken over een terroristische daad die te herleiden was tot IS of een aanverwante organisatie. Daarbij vermeed hij altijd zorgvuldig om de woorden islam of islamitisch in de mond te nemen. Dat Allah voort­durend werd aangeroepen om het zaaien van dood en verderf te rechtvaardigen, zou je niet hebben geweten als je louter op Obama’s woorden was afgegaan.

Nu zeg ik er onmiddellijk bij dat ik de zakelijke, sobere wijze waarop de vorige president de liquidatie van Osama bin Laden wereldkundig maakte, verre prefereer boven de brallerige zelffelicitatie die Donald Trumps verslag van Baghdadi’s smadelijke last hour vulde. Waardigheid siert een staatsman op zo’n belangrijk moment.

Maar je kunt ook te prudent zijn. Een wonderlijk voorbeeld daarvan leverde The Washington Post. Kort na de bekendmaking van zijn dood verscheen op de website van de krant een ­necrologie onder de wel zeer neutrale kop: ‘Abu Bakr al-Baghdadi, strenge religieuze leider aan het hoofd van Islamitische Staat, overlijdt op 48-jarige leeftijd’.

Angstvallig correct, maar hopeloos inadequaat. De kop inspireerde historicus Walter Russell Mead tot deze variant op Twitter: ‘Adolf Hitler, vegetariër en kenner van de geschiedenis, sterft op 56-jarige leeftijd in Berlijn’. Alsook: ‘Josef Stalin, levensgenieter en invloedrijke kunstcriticus, blaast laatste adem uit in Moskou’.

De angstvalligheid kan een nog veel perversere vorm aannemen, bleek een paar dagen geleden. Moslima Ilhan Omar, bewonderd door linkse Democraten, onthield zich in het Huis van Afgevaardigden van stemming bij een resolutie die de Armeense genocide aan de kaak stelde. Veroordeling is alleen gepast als andere grote misdaden, zoals de slavenhandel en de onderwerping van de Indiaanse bevolking, ook worden veroordeeld, aldus Omar. Laat ik nou het sterke vermoeden hebben dat ze die eis niet had gesteld aan een uitspraak over het lot van de Palestijnen.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden