Column

Een krab is gemaakt voor oorlog

"Waar zijn ze?" vraag ik aan mijn vrouw. "In de bijkeuken. Ga maar niet kijken, want ze leven nog."

James Worthy Beeld Agata Nowicka
James WorthyBeeld Agata Nowicka

"Dit kan toch niet, schat? Krabben zijn trotse beesten. Kijk ze nou, ze zitten gevangen in een emmer van de Blokker. Ze zitten gevangen in de emmer van de Blokker waarin ik een maand geleden nog heb overgegeven."

"Heb jij in deze emmer gekotst?"

"Waar moet ik anders in kotsen?"

"In de wc?"

"Ik heb ooit een keertje gelezen dat dat niet goed is. Je moet namelijk zien wat je uitkotst, anders heeft het kotsen geen zin. Je moet je braaksel grondig analyseren."

"Alleen jij leest dat soort onzin."

"Tja, lieverd, dan had je maar niet verliefd moeten worden op de grootste intellectueel sinds Thierry Baudet."

Ik ben al mijn hele leven dol op krabben. Wat andere mensen met zeehonden, pandaberen of dolfijnen hebben, heb ik met krabben. Krabben zijn nagenoeg volmaakt. Als ik ooit doodga en onze schepper ontmoet, zal ik een hartig woordje met haar moeten spreken over oorlog, kanker en natuurrampen.

"Maar beste James, ik ben ook verantwoordelijk voor het ontwerpen van de krab," zal ze dan zeggen. En ik zal respectvol naar haar knikken.

Het mooiste aan de krab vind ik de gekmakende tegenstrijdigheid die het beest met zich meebrengt. De krab is een tank en een ballerina ineen. Niets kan zo mooi dartelen als een krab. Zo prachtig zijwaarts over een zandstrand, waar vaders hun zoons mopperend ­leren vliegeren.

En als iemand in de buurt komt, graaft de krab zichzelf in. Een krab heeft scharen en een pantser, en toch verstopt hij zichzelf in het zand. Een krab is gemaakt voor oorlog, net als een tank, maar de krab is een rupsvoertuig dat zich heeft ontpopt als een schuchter paardenmeisje.

Ik kijk in de blauwe emmer die aan het stuur van mijn fiets hangt. Ik kijk naar al die harige pootjes. Het lijkt net of krabben slobkousen dragen, alsof ze hun hele ­leven lang naar een aerobicsklasje onderweg zijn.
Dan belt mijn vrouw op. Ze is boos. Haar stem klinkt als een bom, die ik niet meer onschadelijk kan maken.

"WAAR ZIJN DE KRABBEN, JAMES?"

"Ik moet dit doen, schat."

"Waarom?"

"Je zal me vast niet geloven, maar ik kan krabben verstaan. Ze waren aan het gillen in onze bijkeuken."

"Dus jij spreekt vloeiend Krabs?"

"Nee, ik spreek het niet, maar ik kan het wel verstaan als de krab duidelijk praat. Als er geen zand in zijn of haar mond zit of zo."

"Waar fiets je naartoe dan?"

"Naar het IJ."

De eerste vier krabben zwaaien geen gedag, maar de laatste vijf wel. Ik maak scharen van mijn handen en zwaai ze uit. De grootste krab van het stel klimt op een rots en blijft even staan. Hij ziet er prachtig uit. Als een treinconducteur die een ovenblad op zijn hoofd heeft gemonteerd. De krab knipt twee keer met zijn schaar­tjes en rent zijwaarts het donkere water in.

"Het ga je goed!" schreeuw ik.

"Wat?" roept een voorbijfietsende man.

En ik kruip snel onder het zand.

Reageren? james@parool.nl

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (36) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden