Max Pam en Paul Brill. Beeld Artur Krynicki

Een knap staaltje sorrydemocratie van Ank Bijleveld

Plus Max Pam en Paul Brill

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: defensie en sorrydemocratie.

Ze zei: ‘Sorry’

Het optreden van defensie­minister Ank Bijleveld was een knap staaltje sorrydemocratie. In 2015, bij twee missies in Irak, dachten Nederlandse F16-piloten IS-doelen te bombarderen, maar daarbij kwamen onbedoeld tientallen burgers om het leven. Collateral damage of nevenschade wordt zoiets in militaire termen genoemd.

Het gebeurde onder het ministerschap van Jeanine Hennis, maar die zit tegenwoordig namens de VN in Irak. Hennis wist ervan, zweeg erover, dacht dat het haar tijd wel zou duren, trad voor iets anders af en werkte daarna gestaag voort aan haar carrière. Terwijl Hennis vanuit Irak stil bleef, zat haar opvolger Bijleveld met

de gebakken peren. Bijleveld zei dat ze van niets wist en er ook pas later van had gehoord. Volgens de beste parlementaire principes voegde zij eraan toe dat zij niet alleen verantwoordelijk is voor wat zij fout doet, maar ook voor wat al haar voorgangers fout hebben gedaan.

Ze zei: “Sorry.”

Sorrydemocratie is een term die in de vorige eeuw door Jan Marijnissen is bedacht. Een mi­nister doet iets stoms, waarvoor hij of zij eigenlijk zou moeten aftreden, maar na het maken van excuses mag de minister gewoon blijven zitten. Ed van Thijn, oud-minister en oud-burgemeester van onze stad, heeft een boek over de sorrydemocratie geschreven, waarin hij uitlegt dat het een typisch Nederlands verschijnsel is.

Het kan natuurlijk ook anders. Daar is zelfs een term voor: de Carringtondoctrine, genoemd naar de Britse minister Peter Carrington, die in 1982 aftrad, omdat hij niet had voorzien dat Argentinië de Falklandeilanden zou annexeren. Insiders waren van mening dat Carrington geen schuld droeg van de falende inlichtingendiensten, maar niettemin vond hij het zuiver om zijn verantwoordelijkheid te nemen en af te treden.

“To do the honourable thing,” zei hij.

De Carringtondoctrine wordt vaak ten voorbeeld gesteld, maar in Nederland zijn falende ministers doorgaans minder edelmoedig. Ank Bijleveld bleef gewoon zitten, al moest zij het gemopper van de Tweede Kamer over zich heen laten gaan. Je zou zelfs van een vlucht naar voren kunnen spreken, want daags nadat alles in de pers was gekomen, verscheen ineens in

EenVandaag de F16-piloot die bij een van de mislukte bombardementen was betrokken. Zoiets kan toch niet gebeuren zonder toestemming van de verantwoordelijke minister.

Van de piloot kreeg je zijn hoofd niet te zien, maar hij was wel gekleed in gevechtstenue. Of die plotselinge openheid voor de piloot in kwestie psychisch verantwoord is, lijkt mij een zaak die nauwlettend moet worden gevolgd. Ook hij is slachtoffer, zij het niet zo’n tragisch slachtoffer als de onschuldige burgers die zijn bommen op hun hoofd hebben gekregen.

Max Pam

Seks en spionage

Zou er een speciaal virus rond­waren op het ministerie van Defensie, waardoor politici op dit departement geregeld zware verwondingen oplopen of zelfs sneuvelen? Te beginnen met Wim van Eekelen in 1988 zijn drie ministers voortijdig opgestapt, terwijl andere bewindslieden fors gehavend raakten. En dan was er nog het tragikomische geval van journalist Charl Schwietert, wiens ambtstermijn als staatssecretaris al afliep voordat hij goed en wel was begonnen: hij bleek zowel zijn academische titel als zijn militaire rang te hebben verzonnen.

Maar de affaires die de Nederlandse ministers van Defensie noodlottig zijn geworden, vallen in het niet bij de schandalen waarmee sommige van hun Britse ambtgenoten geschiedenis hebben geschreven. Bovenaan staat natuurlijk John Profumo, wiens naam is verbonden met het meest geruchtmakende seks- annex spionageschandaal uit de Koude Oorlog.

In 1961 had hij een kortstondige relatie met de 19-jarige Christine Keeler, die banden had met louche figuren en ook het bed deelde met een Russische militaire attaché. Toen dit twee jaar later aan het licht kwam, stond niet alleen Pro­fumo te kijk, maar ook de hele Conservatieve regering van premier Harold Macmillan. De ­Britse media gingen uit hun dak, Macmillan begon te sukkelen met zijn gezondheid en een jaar later hielpen de kiezers Labour in het zadel.

In 1986 was het weer een minister van Defensie die een Conservatieve regering in grote problemen bracht. De boosdoener was ditmaal Michael Heseltine, die een Britse wapenfabrikant wilde laten participeren in een Europees consortium, iets waar premier Margaret Thatcher weinig voor voelde. In een beslissend kabinetsberaad trok Heseltine aan het kortste eind, waarop hij woedend naar buiten stormde en op de stoep van 10 Downing Street in grimmige bewoordingen zijn vertrek bekendmaakte. Als ex-minister bleef hij een invloedrijke kracht binnen zijn partij en zou hij vier jaar later een cruciale rol spelen bij de val van Thatcher. Maar nimmer oogstte hij voor zijn ontslag­neming de lof die Lord Carrington ten deel viel toen die in 1982 de regering-Thatcher verliet omdat zijn Foreign Office de dreigende Argentijnse invasie van de Falklandeilanden had ­miskend.

Zijn handelwijze legde Carrington overigens geen windeieren. Twee jaar later werd hij secretaris-generaal van de Navo. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken had aan­vankelijk grote bezwaren tegen zijn benoeming, omdat hij een te lankmoedige diplomaat zou zijn. Maar een telefoontje van Thatcher naar ­president Ronald Reagan was voldoende om het verzet te breken. De Carringtondoctrine bleek geen carrièregraf.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden