Babs Gons. Beeld Artur Krynicki
Babs Gons.Beeld Artur Krynicki

Een kindje riep: ‘kijk papa, mama, gek haar!’ en wees naar mij

PlusBabs Gons

Amsterdam is jarig en wordt deze week 746 jaar oud. Aan mij dit jaar de eer om het oudste document waarin Amsterdam wordt vermeld, het tolprivilege, te onthullen en een verjaardagswens uit te spreken. Terwijl ik bedenk hoe ik de stad wil feliciteren, denk ik aan alles wat ik al schreef over de stad. Ik wijdde meerdere lofzangen aan haar (in navolging van de Red Hot Chili Peppers noem ik de stad haar). Ik prees haar schoonheid, haar veelkleurige bewoners en ik denk vanzelf even terug aan wat mij ooit zo aantrok aan deze stad.

Toen ik laatst met een vriend na een wandeling de parkeerplaats van het Diemerbos opliep, riep een kindje: ‘kijk papa, mama, gek haar!’ en wees naar mij. En niet één keer, wel tig keer achter elkaar, want de ouders keken weg en reageerden niet.

Dat had ik lange tijd niet gehoord. De opmerking bracht me terug naar mijn pre-Amsterdam tijd. De tijd in dorpjes en kleine gemeenten waar ik regelmatig te horen kreeg dat ik zulk gek haar had. En als het niet mijn haar was, dan was mijn kleur iets om over te struikelen, en als het niet mijn kleur was, dan waren het wel de verkeerde kleren of wat dan ook.

Door mijn vroegere logeerpartijtjes in Amsterdam, de beelden van de stad die ik oppikte uit verhalen, boeken en liedjes, was bij mij al vroeg het idee ontstaan van Amsterdam als het beloofde land. Een toevluchtsoord, een ideale plek waar je vrij kan zijn. Waar je kan zijn wie, hoe en wat je maar wilde. Een plek waar je mag afwijken, verschillen en uitsteken. Waar mensen niet de hele tijd vragen waar je toch vandaan komt. Waar kinderen niet roepen dat je gek haar hebt. Dat je anders bent.

Het beloofde land waar niemand raar opkijkt als je met tijgerbeenwarmers en vlechtjes vol kralen in alle kleuren bij het groenteschap staat. Waar je hand en hand over straat kan gaan met wie je maar wil, zonder gestaar en getuttuttut of nog veel erger. Dat was de plek waar ik van droomde terwijl ik dagelijks acht kilometer door de bollenvelden trapte naar het lyceum. Het was nooit de vraag of ik later naar Amsterdam zou trekken, alleen wanneer. En hier woon ik nu al meer dan een kwarteeuw, praktisch zonder ‘gek haar.’

Vlak voordat ik de auto instap, draai ik me om en vertel het kind; ‘laat je ouders maar even uitleggen dat mijn haar niet gek is.’ ‘Ja,’ zegt de vader met een knalrode kop, ‘we werken eraan.’ Ja, denk ik, doe dat, werk aan je Amsterdam. Want hoe ver we ook weg zijn van een beloofd land, er mag geen dag voorbijgaan dat we er in deze stad niet aan bouwen.

Spokenwordartiest, schrijver en ­docent Babs Gons maakt ons deelgenoot van haar belevenissen. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? b.gons@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden