Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki

Een kasteeltje in Italië. ‘Prijs viel mee, hoor. Vier ton’

Plus Theodor Holman

Kennissen van ons hebben een kasteel­tje gekocht in Italië.

“Prijs viel mee, hoor. Vier ton.”

Hij leidt ons trots rond.

“Lekker koel hierbinnen,” zeg ik.

“En kijk… hier… Hier rechts zie je Toscane, en links Umbrië…”

“Heel mooi… En wat doen jullie hier nou de hele dag?” Mijn vraag mag niet al te sterk gekruid zijn met verneuk, want we logeren hier.

“Nou ja… Het is hier gewoon heerlijk. We zitten hier vaak buiten.”

“Ja, heerlijk… En wat doen jullie verder?”

“We genieten ons hier te barsten. Dat snap je wel. Je kunt hier de heerlijkste wijnen kopen. En heb je die wijnranken rechts gezien? Die zijn dus van ons. Net als de olijfbomen. Een boertje – heel aardige man – onderhoudt dat voor ons.”

We struinen weer door het kasteeltje, dat eigenlijk tamelijk klein en donker is.

“Weet je iets van de geschiedenis?”

“Ja… Eh… Het is in 1840 ­gebouwd…”

“1840?”

“Ja… dus op de fundamenten van het originele kasteel uit 1100. Deze muur, de onderste rij stenen, is nog uit 1100.”

“Indrukwekkend. En wie woonden er?”

“Nou, geen familie of zo… Toen… Hoe heet het… Er zaten hier toen soldaten om in de ­gaten te houden wat er in ­Umbrië en Toscane te doen was… Maar in 1840 heeft Dottore Singuetti het opnieuw laten bouwen en hij had hier een olijfperserij.”

“Ach…”

“Ja… Hij is in 1865 gestorven. En toen mochten de boeren uit de omtrek van die perserij gebruikmaken. Maar die hebben de persen gestolen, en…”

“Dus toen woonde hier ook niemand.”

“Nou niemand… Nee, het was inderdaad niet echt bewoond… Maar in de zomer kwam de familie wel eens naar het kasteel. Tot na de Tweede Wereldoorlog. Toen heeft de familie Uringetti…” Goddank roept zijn vrouw hem. Beneden in de tuin staat de wijn voor ons klaar. Een hagedis loopt over de tafel. Door de zon is de wijn te warm.

“Mooi hẻ?” vraagzegt de vrouw.

“Ja… En het dorp is drie kilometer verderop?”

“Ja, daar… met de auto ben je er zo… Ze hebben daar heerlijke pizza’s.”

We proosten op de nieuwe aanschaf. Ik kijk op mijn telefoon, maar er is geen wifi.

“Toen ik in het dorp was en vroeg waar jullie woonden,” begin ik, “vertelde ene Marcello dat in dit kasteeltje een moord is gepleegd.”

“Wat vertel je me nu?”

“Ja… nogal bloederig.”

Ik hield vol. Heerlijke avond gehad.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden