Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Een jaar lang was ik braaf. Nu verzette ik me tegen de waanzin

PlusJohan Fretz

‘Nederland is vaccinatiedoolhof (en makkelijk wordt het ook de komende maanden niet)’ kopten het AD en Het Parool. Ik besef de laatste maanden eens te meer dat ons collectieve zelfbeeld aan grondige herziening toe is. Vaak dacht ik: we zijn een land van klagers, zeikerds, zuinige mensen die elkaar Tikkies sturen van vijftig cent, die hun bezoek om 18.00 uur de deur uit bonjouren omdat er niet genoeg eten is voor ongeplande gasten, maar goddank zijn we een extreem goed georganiseerd land. Dat laatste blijkt dus een leugen te zijn. We zijn niet alleen zeikerds, we kunnen ook nog eens niets.

Om te overleven moet je de realiteit normaliseren. Dat doen we voortdurend. Hoe extreem of surreëel de situatie ook is, we passen ons aan, doen alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Dat moet wel, anders draaien we door. Lockdown? Dan gaan wij brood bakken, online sportklasjes volgen, Zoommeetings organiseren, ellebogen geven in plaats van handen.

Vorig jaar voelde het nog vertrouwd om mensen in films en series te zien die elkaar omhelzen, als ik het nu zie gebeuren, moet ik de neiging onderdrukken het scherm in te kruipen en ze uit elkaar te halen. Alsof een omhelzing een ordinair straatgevecht is geworden. Eigenlijk vind ik het best knap dat we het allebei tegelijk kunnen: hevig verlangen naar dat oude normaal, maar ook elke seconde van de dag ontkennen dat het ooit anders ging dan nu, gewoon: uit houvast.

Maar heel soms… barst de boel ineens. Zo ontdekte ik gisteravond bij de kapper dat de avondklok pas vandaag wordt verlaat. Het was kwart over negen toen ik fris geknipt op mijn fiets stapte met mijn hartslag achter mijn ogen.

Ik zoefde de straat uit: ik was Tom Cruise die aan een touw hing en door het ventilatierooster de beveiligde kamer van de CIA binnengleed. Er was verder bijna helemaal niemand buiten. Zie ik politie? Is dat een agent? vroeg ik mezelf af bij elke schim in de verte. Uit elk voertuig konden zwaailichten en sirenes tevoorschijn komen.

Maar opeens… bleef ik stilstaan op het midden van de weg. Alsof ik me van het een op andere moment realiseerde wat ik aan het doen was: ik fietste, in vredestijd, tijdens een wereldwijde pandemie, op een moordend tempo door Haarlem-Noord, om de politie te ontwijken. Ik was een misdadiger, puur door de tijd te overschrijden.

Ruim zeventien jaar nadat mijn ouders me voor het laatst hadden verteld hoe laat ik thuis moest komen, bepaalde de overheid dat ik hier niet mocht zijn. Een overheid die, in een van de rijkste landen ter wereld, niet in staat was om voldoende prikken te zetten.

Ik stapte van mijn fiets en begon te lopen. Zo langzaam als ik kon, via de langste route naar huis, niet meer de kortste. Een jaar lang was ik een brave burger geweest, maar om het vol te houden moest ik me vanavond tegen de waanzin verzetten.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden