Artikel Wit Beeld Agata Nowicka

Een inschattingsfout: mijn dochters rug was plotseling rozerood

Plus Femke van der Laan

De middelste poetst haar tanden. Ik sta achter haar en kijk naar haar rug. Ze heeft een wit kruis tussen haar schouderbladen waar de bandjes van haar bikini zaten. Een andreaskruis. Niet zoals in de vlag van de stad, maar meer zoals bij een spoorwegovergang. Platter. Scherper. De huid eromheen is rozerood.

“Doet het pijn?”

Er komt een “mwah…” uit haar tandpastamond. Ik zie witte spetters landen op de spiegel.

Ik leg mijn vinger op haar huid. Onder het kruis. Daar waar de knipperlichten zouden zitten als ze bij het spoor stond. Rode knipperlichten. Haar huid is warm.

“Je voelt warm.”

Ze pakt de tandenborstel over met haar linkerhand. De rechter gaat naar achteren en landt tussen haar schouderbladen. Haar handpalm naar mij gekeerd. Ze beweegt hem even zachtjes heen en weer. Ze tast af, met de rug van haar hand. Dan knikt ze.

De zon scheen vandaag. We waren op het strand. Ik had iets als “goed insmeren” gezegd voor we gingen en het daarbij gelaten. Ik had gedacht dat ze het zelf wel kon. Een vergissing, zie ik nu. Een inschattingsfout.

Haar hand gaat terug en neemt de tandenborstel weer over. Ze kijkt naar me via de spiegel. Ik kijk naar haar ogen, maar zie intussen tubes voor me. Flessen. Met of zonder pompje. Geel. Oranje. Blauw. Een lange rij verpakkingen. Zonnebrandcrème. Alles waar ik haar al die jaren mee heb ingesmeerd. 

Ik zie hoe ze stond te wachten, als haar broertje eerst mocht, of haar zus. Ongeduldig, altijd. Want het moest eerst intrekken en daarna mocht ze pas zwemmen. Ik voel haar oren weer tussen mijn vingers. De oren deed ik als laatste. Daarna keken we op de klok. Als de grote wijzer boven is, dan mag je. Als de grote wijzer op de vier is. Als het vijf over negen is. Als het kwart voor tien is. Over een halfuur.

De tandenborstel is stil. De middelste bukt. Ze houdt haar mond bij de kraan. Het badkamerlicht valt nu vol op haar rug. Op de spoorwegovergang.

“Zal ik er iets opsmeren?”

De middelste komt weer omhoog. Ze knikt in de spiegel.

“Blijf maar staan.”

Langzaam ga ik met mijn vingers over haar rug. Over het scherpe kruis. De rozerode, warme huid. Met de lichtste vingers die ik heb, smeer ik haar in.

“Ik denk dat ik daar niet goed bij kon.”

“Dat denk ik ook.”

Wacht tot het rode licht gedoofd is, hoor ik in mijn hoofd. In gedachten zet ik een nieuwe fles zonnebrandcrème achteraan de lange rij verpakkingen. Hij is nog helemaal vol.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden