Natascha van Weezel. Beeld Agata Nowicka

Een helse klus: de spullen van mijn vader opruimen

Plus Natascha van Weezel

Mijn moeder en ik zitten op de bank. We drinken net ­zo veel kopjes koffie tot we duizelig worden van de cafeïne. Ik ga vier keer naar de wc en eet twee tosti’s, want ik wil niet aan deze helse klus beginnen. Mama staat dapper op en scheurt een rol vuilniszakken open.

We starten in de slaapkamer bij de schoenen. Ik open een zak en stop er met gesloten ogen leren laarsjes, plastic sneakers en badstoffen pantoffels in. Lastiger wordt het bij de kleding. Die moeten we selecteren: ­óf voor de kringloopwinkel óf – als er vlekken op ­zitten – voor de vuilnisbelt. Dat kun je niet bepalen ­zonder te kijken.

In de kledingkast hangen talloze vrolijk gekleurde overhemden. Een aantal nog in folie, vers van de stomerij. Een flauwe glimlach verschijnt op mijn lippen als ik de truien van het Hard Rock Cafe en fanshirts van Paul McCartney, The Beachboys en U2 zie. Wat doen we daarmee? Dit was papa ten voeten uit.

“Het zijn gewoon spullen,” hou ik mezelf voor. Maar het zijn niet gewoon spullen: het zijn de spullen van mijn vader. Tot nu toe hebben we ons er niet aan ­gewaagd om op te ruimen. Het voelde te definitief. Ik betrapte mezelf meer dan eens op de gedachte dat we alles precies zo moesten laten staan als het stond, zodat papa bij zijn bezittingen zou kunnen als hij terug zou komen. Een idioot idee. Natuurlijk komt papa niet ­terug.

Naast zijn bed liggen minstens tien doosjes met oude brillen, de meeste monturen zijn niet meer intact. De doosjes landen met een doffe klap in de vuilniszak. Ik klik de radio aan om te kijken of die het nog doet. Op het beeldscherm verschijnt de laatste zender waar papa ooit naar luisterde: Sky Radio – ‘The feel good station’.

Aan het einde van de week is de kledingkast gevuld met lege hangers. In de gang staan vijftig volle vuilniszakken, de helft gaat naar de kringloop. We zijn bijna klaar. Alleen de jassen nog. Ik schrik als ik in de zak van zijn meest recente Burberry-trenchcoat graai: er zit een petje in, kleingeld, een kistje sigaren van Hajenius en een notitieboekje. Het lijkt net alsof hij hier gisteren nog was.

Voorzichtig open ik het notitieboekje dat papa kennelijk gebruikte als dagboek. De laatste keer dat hij erin schreef, was een week voor zijn dood: ‘Mijn lichaam is op, maar ik wil zo graag door’, lees ik. Ik stop het boekje in mijn eigen tas. Soms is iets meteen duidelijk: deze gaat met mij mee naar huis. 

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden