PlusColumn

Een heel nieuw Amsterdams chauvinisme

Gijs Groenteman
Gijs Groenteman Beeld Linda Stulic
Gijs GroentemanBeeld Linda Stulic

Op de dag dat de burgemeester begraven werd, had ik mijn zoontje net naar gitaarles gebracht in de Frans van Mierisstraat.

Om het uur stuk te slaan slenterde ik met mijn dochtertje richting de Van Baerlestraat, waar een paar motoragenten stilstonden om de lijkwagen langs de trambaan te gidsen. Ik ving een glimp op van de kist, op de achterkant de Andreaskruizen. Een warm gevoel bekroop mij: ik voelde me Amsterdammer.

Vreemd, ik woon al mijn hele leven (minus een paar jaar Almere-Buiten) in deze stad, maar ik heb me nog nooit zo zelfvoldaan Amsterdams gevoeld als tegenwoordig.

Vorige week stond Wart Kamps in PS van de Week, op de vraag hoe hij de stad ontvluchtte, vertelde hij dat hij pas nog in Berlijn was geweest: "Daar kun je nog anoniem zijn, dat is echt een stad." Dat vond ik zo ouderwets! Het is precies wat ik mensen vroeger over Amsterdam hoorde zeggen.

'Het is hier net een dorp', 'New York, dát is een echte stad', 'In Parijs gebeurt het.'

Ik ben opgegroeid met het idee dat Amsterdam een prima plek is om te wonen, maar op wereldstedenniveau Appelscha is. Dat we internationaal gezien provincialen zijn.

Dat gevoel bestaat volgens mij helemaal niet meer (behalve dus bij Wart Kamps). Ik heb het idee dat er een heel nieuw Amsterdams chauvinisme is ontstaan waardoor wij, Amsterdammers, Amsterdam oprecht de beste, meest fantastische en bruisendste plek op aarde vinden.

De burgemeester, die daar in zijn kist voorbijreed, wist dat gevoel als geen ander te verwoorden.

New York is leuk, maar er gaat natuurlijk helemaal niks boven Amsterdam.

Amsterdam is in de ruim drieënveertig jaar dat ik leef nog nooit zo strak in vorm geweest. Die drie fantastische musea staan op een rijtje te blinken, daaromheen het Concertgebouw, Paradiso, de Melkweg, het Muziektheater, en dan de leukste theaters die je in de wereld kunt vinden.

Op elke straathoek kun je goeie koffie kopen, er zijn fantastische restaurants. Miljoenen toeristen komen hier met hun rolkoffers heen om de stad te zien. De huizenprijzen zijn gigantisch, als je het geluk hebt om hier een huis te bewonen, heb je de stoelendans gewonnen.

Ik leef in een bubbel, dat weet ik. De bubbel van de welgestelde witte veertiger in de leukste stad van de wereld. Die bubbel zal vast uit elkaar spatten.

Tot die tijd geniet ik er maar van, en stuur ik berichten uit de bubbel.

Gijs Groenteman (1974) is schrijver, presentator en journalist. Wekelijks schrijft hij voor Het Parool een column over Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden