Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Eén grote incestueuze witte stereotypenfamilie

Plus Theodor Holman

Ik heb geweldige voorbeelden gehad. Johan Cruijff bijvoorbeeld was een echte indo. Daardoor kon ik me heel makkelijk met hem identificeren.

Later in mijn leven kwamen Gerard en Karel van het Reve, twee indoboys met wie ik me eveneens uitstekend kon identificeren.

Zij wezen me op de indo ­Céline en de indo Simon Carmiggelt. Geweldige rolmodellen, net als de indo Vladimir ­Nabokov en de pinda Anton Tsjechov.

Nu deed ik laatst mee aan een onderzoek van Judi Mesman, een hoogleraar ‘maatschappelijke vraagstukken’, en zij verweet mij dat in dit lijstje helemaal geen vrouwen en allochtonen voorkomen. Dat zou erop kunnen duiden dat ik bepaalde vooroordelen jegens vrouwen en alloch­tonen heb.

Mag ik dit, een heel klein beetje maar, tegenspreken?

Er zijn vrouwen in de literatuur die ik welzeker bewonder. Ik denk aan de deugdzame Justine van mijnheer De Sade. Met hem identificeerde ik me helemaal niet, dat u dat niet denkt, maar die Justine… Ook voor Mevrouw Bovary voel ik grote empathie. En wat betreft de allochtonen identificeerde ik me met Omar Khayyám uit Irak. Ik denk nog vaak aan zijn gedicht met de woorden: 

Als wij voorbij de Sluier zijn gegaan,/ zal lang, heel lang, de wereld nog bestaan/ en ons vergeten zijn./ Wat trekt de zee zich het plonzen van een kiezel­steentje aan?’

Dus eigenlijk heb ik me geïdentificeerd met alles wat de rijsttafel van onze cultuur te bieden heeft. Maar de hoogleraar heeft onlangs gekeken naar ‘les­materiaal’; 13.000 ‘personages’ in schoolboeken werden wetenschappelijk gediagnosticeerd. Nu blijkt dat het in die lesboeken – hoe zal ik het zeggen – één grote incestueuze witte stereotypenfamilie is.

De pappa van Kees verdient het geld in een ICT-bedrijf voor hoogopgeleide Koninklijke Makelaars, en de vader van Achmed heeft een shoarma-tent in een wijk die gisteren werd afgebroken. (“Lhbti’ers ontbreken helemaal,” huilde de hoogleraar.) En nu vreest onze professor dat allochtone kinderen ‘zich niet gerepresenteerd voelen’.

De som ‘Kees rijdt van A naar B in één uur, de weg van A naar B is 100 kilometer, wat was de gemiddelde snelheid van Kees’, kan een allochtoon veel makkelijker oplossen als Mohammed ook eens over die weg mag rijden. Die wil zich eindelijk eens met zo’n som identificeren. Hij wil ‘gerepresenteerd’ worden.

Dus alle schoolboeken ­moeten worden vernieuwd. En vergeet niet die lhbti’ers bij het worteltrekken te betrekken.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden