Beeld Artur Krynicki

Een groot voorrecht, 20 zijn en de dood keihard uitlachen

Nico Dijkshoorn

Ongeveer een week geleden schreef Theodor Holman de volgende zin in deze krant: ‘De meesten zullen niet weten hoe een grafkrans ruikt en hoe het deksel van een doodskist van een dierbare klinkt die voor het laatst wordt gesloten en dichtgeschroefd.’ Theodor had het over de onbekommerde onverschilligheid van jongeren.

Een groot voorrecht, twintig zijn en de dood keihard, midden in zijn smoel, uitlachen. Ik wist waar hij het over had. Een week eerder stond ik naast een kist en zag hoe Tanja - mijn vriendin - samen met haar broers en haar vader schroeven vastdraaide. Ze had net voor het laatst naar het gezicht van haar moeder gekeken.

Haar moeder heette Wil. Twee maanden geleden danste ze door ons huis. Ik sloop naar mijn platenspeler, bleef naar haar kijken, terwijl ze met Tanja praatte over toen en toen op Terschelling, en zette Sweetheart of the rodeo op, van The Byrds. Daar ging ze.

Alsof je water op limonadesiroop gooide. Ze stond op, deed haar handen in de lucht en begon door de woonkamer te wiegen. ‘Whoo-ee ride me high, tomorrow’s the day, my bride’s gonna come.’ Ze zong alleen Whoo-ee mee. Dat prachtige wiegen, weer haar handen omhoog en daar ging ze weer: ‘Whoo-ee.’

Nu stonden we bij haar kist. Het deksel werd er op gelegd. Haar man zei: “Nu heeft ze geen lucht meer.” Ze kregen alle vier een schroef. De uitvaartbegeleider wees op de gaatjes. Daar moesten de schroeven in worden gedraaid.

Alle eventuele lichtheid, de bezwering met clichés - wat een prachtige boeketten, mooie kist, nee echt heel stemmig gedaan - hielp niet meer. We zouden haar nooit meer zien. We waren opeens allemaal stokoud. Zoveel jaren ouder dan 21. We snapten, na iedere draai van de schroef, dat strompelende leven van ons steeds iets beter. Vanaf nu gingen we het allemaal anders doen.

Midden in die trance zei de uitvaartbegeleider: “Vast is vast.” Hij bedoelde de schroeven. Vast is vast. Wat ik het ene moment als een levensveranderende ervaring had beleefd, werd door drie woorden omgetoverd in dit: samen een boekenkast van Ikea in elkaar sleutelen.

Vast is vast. De verpletterende gewoonheid van deze aanwijzing deed mij wankelen. Begreep ik dat nu goed? We sloten Wil voorgoed op en dan moesten we gaan opletten of de schroeven niet te vast zaten? Wie ging die kist dan verdomme weer openmaken? Wat stonden we hier dan met zijn allen te doen?

Midden in die woede begreep ik opeens wat de man had gedaan. Met drie woorden had hij Wil, heel kort, weer levend gemaakt. Hij wilde ons troosten.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in. Reageren? N.dijkshoorn@parool.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden