null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Een Gretsch is niet zomaar een gitaar, je moet hem verdienen

PlusNico Dijkshoorn

Søren Venema, de legendarische Amsterdamse gitaarverkoper, is dood. Tim Knol belde mij met het nieuws en hij klonk aangeslagen. Tim zei het zelf niet, maar uit zijn woorden leek ik te begrijpen waarom Søren zo belangrijk was geweest: hij had Tim behandeld als een muzikant en niet als het nieuwe smaakje in de Nederlandse popmuziek.

Søren woonde samen met minimaal achthonderd gitaren. Hij leek een personage uit een boek van Roald Dahl. Sjakie, dit keer niet tussen de chocolade maar tussen de gitaren. Een paar dagen geleden overleed hij. Ik dacht meteen: tussen zijn geliefden. Hout met snaren.

Ik heb Søren een paar keer ontmoet, toen zijn winkel, Palm Guitars, nog tegenover De Kleine Komedie zat. Het was een ruimte die nog het meest leek op een verloederde fietsenstalling. Cok van Vuuren, gitarist van Ocobar, had mij getipt: er hing een prachtige oude Gretsch.

Een Gretsch is niet zomaar een gitaar. Je moet hem verdienen. Een oetlul met een Gretsch in zijn handen, vergelijk dat maar met een duiventrimmer in een Ferrari. Ziet er niet uit. Kan niet.

Na binnenkomst gaf ik Søren een hand. Hij vertrouwde het niet helemaal. Ik kwam wekelijks op de televisie en dat zette me meteen op lichtjaren achterstand. Ik was weer zo’n arrogante zak met de verkeerde mensen om zich heen die, dwars door al het valse applaus heen, was gaan geloven dat hij gitaar kon spelen. Ik zag het aan Søren zijn kop: die zag mij als Carlo Boszhard die een leuk gitaartje kwam uitzoeken voor naast de witte gordijnen in zijn inloopkast.

Ik moest het engste doen op aarde: vlak naast een argwanende man, iemand die met zijn hele hebben en houwen van gitaren hield, laten horen dat ik deze gitaar waard was. Het was een Gretsch uit 1957. Voor de liefhebbers: een Country Club. Ik sloeg een G-akkoord aan. Het banaalste akkoord ooit. Zing een kutliedje en je weet zeker dat er een G in zit.

Meteen had ik spijt. Ik keek naar Søren. Hij wachtte op meer. Moest ik nu een jazzakkoord spelen? Oppassen dat ik daar niet een verkeerd gezicht bij trok. Dan kon zomaar alles mislukken. De gitaar trilde op mijn schoot. Ik keek op en zag het direct: ik was geslaagd.

Dat gedrag van Søren zou je kunnen uitleggen als maniakaal en chagrijnig gedoe, maar ik begreep meteen wat er aan de hand was: Søren verkocht mij een van zijn kinderen.

Vreselijk dat die nu allemaal alleen achterblijven. Honderden kinderen in een huis zonder vader.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden