Beeld Artur Krynicki

Een flesje om in vorm te blijven

PlusFemke van der Laan

Een man loopt voor me op de stoep. Ik vind zijn tempo ­lastig. Hij loopt langzamer dan ik, maar ik weet dat als ik hem inhaal, ik dan een tijdje grotere passen zal moeten nemen dan ik fijn vind om snel genoeg bij hem vandaan te raken. En ­verderop, voor het oversteken, zal hij zo weer naast me staan, misschien zal hij zelfs eerder vertrekken, als ik nog naar het rode poppetje kijk, zodat ik aan de overkant opnieuw zal moeten beginnen met mijn grote passen.

De man gooit met een flesje water. Blauw. Het gaat van zijn ene hand naar zijn andere, in een boogje, hoger dan zijn kruin, heen en terug. Aan de bewegingen van zijn hoofd te zien, volgt hij het flesje met zijn blik. Als hij dat niet zou doen, als hij het flesje gewoon in een hand zou houden, liep hij vast sneller.

Ik kijk naar het flesje. Het maakt een draai in de lucht, een hele draai, steeds op dezelfde manier, op het hoogste punt, zodat het flesje telkens met de onderkant naar beneden landt in de handen van de man. Hij houdt zijn armen licht gespreid. Hij doet dit vaker.

Even kijk ik naar mijn schoenen. Het zijn gympen. Ik denk aan de schoenen die nog in de gang staan, die met hakken. Die ­zouden geluid maken op de tegels van de stoep. Ze zouden klikken. Ze zouden ­werken als een fietsbel. Of een claxon.

Nu hoort de man me niet.

Hij houdt het flesje even vast. Heel kort. Dan beweegt hij zijn arm naar achteren, langs zijn rug, en gooit het flesje over zijn schouder naar voren. Daar vangt hij het op met zijn andere hand, die daarna achter zijn rug langs het flesje over zijn schouder gooit. Het gooien gaat aan één stuk door. Even later draait hij zijn bewegingen om en vangt het flesje achter zijn rug.

Ik weet opeens zeker dat de man in een circus werkt. Een klein circus, waarin hij niet alleen jongleur is, maar ook een nummer doet met dieren. Kleinvee. Of knaagdieren. Iets wat nog mag. Maar nu mag er niets. Nu is het circus gesloten. Er wordt niet gereisd. Er zijn geen optredens. Vanmorgen heeft de man de cavia’s gevoerd, nu loopt hij over straat en gooit met een waterflesje. Om in vorm te blijven. Hij zou het ook met drie flesje kunnen. Of vijf. Of brandende fakkels. Of kettingzagen. Maar dat mag niet op straat.

Dan valt het flesje op de grond, vlak voor mijn voeten. Ik kijk hoe het water mijn schoenen donker kleurt.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden