Plus Column

Een dropmat zou misschien wat verlichting kunnen bieden

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Er is natuurlijk weinig wat troost kan bieden nu we onze burgervader kwijt zijn. Meer dan onze drie kruizen halfstok hangen en een minuut stil zijn in de tram kunnen we niet doen, maar ineens dacht ik dat een zoete dropmat misschien wel wat verlichting zou kunnen bieden. Dat was tenslotte ook zijn favoriete snoepgoed.

Achter de etalageruit van het Oud-Hollandsch Snoepwinkeltje in de Tweede Egelantiersstraat zag ik polkabrokken, boterwafeltjes, wijnballen, laurierdrop, scheepsknopen, koetjesrepen en een Prinses Elsa-snoeptaart en ik wilde al bijna naar binnen stappen, toen ik het briefje opmerkte: 'De winkel is deze week gesloten, wegens gebroken voet.'

Balen. Ik had me erop verheugd om me onder te dompelen in Polygoonjournaalachtige nostalgie. Om te kiezen uit de tientallen goedgevulde, glazen potten op de planken en dan niet zoals de bij Etos zelf met een schepje het snoep los te hakken, maar iets aan te wijzen en me ouderwets door de eigenaresse te laten helpen.

Want zo ging dat vroeger, weet ik van Theo Thijssen. Hij groeide op in deze buurt, die toen nog stikte van de kruideniers en de snoepwinkels.

In zijn verzamelde werken staan zijn herinneringen als kind aan onder meer de snoeptafel: 'Overal in de buurt was een kelder waar een snoeptafel stond; met mooi weer stond-ie zelfs buiten, op de straat. Theoretisch mochten wij niet snoepen en we waren dan ook lang niet zulke vaste klanten van de snoeptafels als sommige andere kinderen.'

'Maar och, een enkele keer kregen we wel van deze of gene een cent of een halve cent en genoten we dan ook dubbel de weelde van het kopen aan de snoeptafel. Op de snoeptafel lag een schone krant en daarop stonden verschillende schoteltjes met lekkers. Pepermuntstokken, twee voor een cent, daar kon je zo gezellig een prachtige lange punt aan zuigen (...) Een lange veter zoete drop kostte een halfje.'

Thuis belde ik de eigenaresse van het Oud-Hollandsch snoepwinkeltje. Mariska Schaefer, die via haar vader, de legendarische in-geouwehoer-kun-je-niet-wonenwethouder Jan Schaefer, Eberhard van der Laan kende. Ook hij was vaste klant geweest van de winkel. En als hij geen tijd had om langs te komen, bracht ze zijn favoriete drop bij hem langs. Dan rookten ze nog even snel samen een sigaretje en ging ze weer.

Veel meer wilde ze er niet over kwijt. Alleen dat de winkel voorlopig nog dicht is, vanwege de gebroken voet dus. En de dropmatten, die verkoopt ze niet meer. Ze worden niet meer gemaakt. Maar zoals dat met alles gaat wat verdwijnt, was daarvoor in de plaats wel weer iets anders gekomen. Ook lekker, maar geen dropmatten.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden