Plus

Eén ding is zeker: een profvoetballer is geen superheld

Ellen Dikker Beeld Wolff

Vroeger dacht ik dat profclubs onbereikbaar waren. Daar speelden geen gewone mensen, maar een soort superhelden. Met bovenmenselijke krachten.

Ik herinner me een feestje op de amateurclub van mijn zoontje. Hij was een jaar of zeven, het was mei en zijn eerste voetbal­seizoen werd afgesloten met een barbecue.

Mijn vriend en ik stonden in het zonnetje met een biertje in de hand te babbelen met zijn oude trainer van de F3 en zijn toekomstige trainer van de F1. Over voetbal, natuurlijk over voetbal.

De trainers waren ervan overtuigd dat er een hoop talent op de club rondliep. Er zouden vast binnenkort scouts opduiken. En sommige jeugdspelers konden dan geheid rekenen op een uitnodiging voor een stage.

Aangemoedigd door de alcohol in hun bloed werd er druk gespeculeerd. Die had een geweldig schot, die een fabelachtige techniek en die een formidabel inzicht. De zonen van de trainers, ons zoontje... het zou allemaal zomaar kunnen.

Ik hoorde het gesprek aan. Zei toen: "Jongens, even voor de duidelijkheid, niemand, maar dan ook niemand van onze jongens komt ooit bij een profclub terecht."

Ik was daar heilig van overtuigd. Profclubs waren voor de Van Persietjes en Bergkampjes maar niet voor onze jongens van de amateurclub. Zulke grote voetballers waren van een ander slag.

Die werden als prof geboren en hadden nooit in veel te grote shirts in een kluitje over het veld gefladderd. De kloof tussen onze club en een echte bvo leek mij onoverbrugbaar.

Ik had geen idee. Want van de negen jongetjes uit dat eerste team zijn er vier bij een profclub terechtgekomen. Twee bij Ajax en twee bij Feyenoord.

Daar is er trouwens inmiddels weer één van afgevallen. Die speelt nu hoofdklasse bij een hoog aangeschreven amateurclub. En van diezelfde amateurclub is er dit jaar weer één aangenomen bij Ajax.

De statische scheidslijn die ik vermoedde tussen prof en amateur blijkt diffuus en vloeibaar. Jongens komen en gaan. Halen het net wel of net niet. De één loopt vier keer stage en wordt nooit aangenomen. Een ander moet vertrekken bij Ajax, wordt later gescout door FC Utrecht en uiteindelijk weer teruggekocht door Ajax.

En zelfs dat uitzonderlijk grote talent waar nooit twijfel over bestond, kan ineens een vreemde afslag nemen. Er bestaat geen rechte weg omhoog.

Het pad is grillig en onbekend. Maar één ding is zeker, een profvoetballer is geen superheld. Het is een gewone jongen die met vallen en opstaan de top bereikt.

Cabaretière Ellen Dikker had heel lang niets met voetbal, totdat haar zoon werd gescout door Ajax. Iedere zaterdag schrijft zij in Het Parool een column over haar 'Kleine Messi'. Lees al haar columns terug in het archief.

Reageren? e.dikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden