Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Een dagje mee op de spoedeisende hulp chirurgie

Plus Natascha van Weezel

Mijn neef ziet er volwassen uit in zijn witte doktersjas. Hij is zeven jaar jonger dan ik. Toch noem ik hem mijn grote kleine neef; hij is bijna twee meter lang. Vandaag kijk ik een dagje met hem mee op de spoedeisende hulp chirurgie bij het ziekenhuis waar hij coschappen loopt. Vroeger vond ik het kinderachtig dat hij altijd paardje wilde spelen. Hij klom dan op mijn rug en ik moest met hem rondbanjeren. Nu is diezelfde neef bijna dokter.

“Hoe gaat het, Tasch?” vraagt hij. Ik zucht, want ik ben niet meer in een ziekenhuis geweest sinds mijn vader overleed. In de maanden daarvoor was ik er vaak. Te vaak. “Dat weet ik, en daarom wil ik je nu de andere kant laten ervaren.”

We lopen door de catacomben naar de omkleedruimte waar ook een doktersjas voor mij hangt. Zodra ik die aantrek, voel ik een vreemd soort zelfverzekerdheid.

In mijn tred sluipt ongemerkt iets van televisiedokters uit series als Grey’s Anatomy en Medisch Centrum West. Alsof ik wil zeggen: “Alles onder controle, de dokter is in de buurt.”

Op de afdeling bezoeken we de eerste patiënt. Een meisje van negentien heeft haar vinger gebroken. Mijn neef gaat naast haar zitten en bekijkt rustig de pink. “Doet het pijn als ik hierop druk?” vraagt hij. “Kun je de pijn een cijfer geven?” Het meisje is duidelijk bang. Mijn neef stelt haar gerust. Ik gloei van trots.

Een tienjarige jongen is van een halfpipe gevallen ­tijdens het skateboarden. Hij heeft pijn aan zijn hoofd. “Heb je gebraakt?” De stem van mijn neef klinkt zeker, zonder enige aarzeling. “We gaan een CT-scan maken om uit te sluiten dat er vanbinnen iets kapot is.”

De jongen houdt zich groot, zijn moeder is daarentegen lijkbleek. Als een oudere man wordt binnengereden door ambulancebroeders krijg ik het benauwd. Daar zijn ze weer: de herinneringen. Mijn neef ziet mijn blik verstarren en knijpt even in mijn hand.

Bij de lunch in de bedrijfskantine vraag ik wanneer hij eigenlijk wist dat hij dokter wilde worden. “Tijdens een snuffelstage was ik als veertienjarige aanwezig bij een openhartoperatie. Op dat moment viel alles op z’n plek. Iedereen heeft rond die leeftijd wel zo’n moment, toch?” Ik lach. Zelf begon ik op mijn twintigste aan een studie waar ik na twee jaar weer mee stopte. En zelfs nadat ik mijn opleiding aan de filmacademie op mijn zesentwintigste had afgerond, had ik geen flauw idee hoe ik verder moest.

We ruimen onze dienbladen op en lopen terug naar de spoedeisende hulp. Praten is leuk, maar nu moeten er mensenlevens worden gered.

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden