James Worthy Beeld Agata Nowicka

Een column over een agent die een tweet schreef

Plus James Worthy

Mijn vriend fietst door rood en ik zit achterop. De ene kroeg ging dicht dus we zijn nu onderweg naar een ­andere. Ik vind het fijn om bij mensen achterop te zitten. Het doet me aan vroeger denken. Toen mijn moeder me naar zwemles in de Cornelis Dirkszstraat bracht.

Op het Frederiksplein worden we staande gehouden door twee agenten die zich achter een tramhalte hadden verstopt. Ze zagen hoe mijn vriend door rood reed. En hoe ik achterop zat en niet ingreep.

“Hebben jullie haast, mannen?”

“Nee, het is nacht. Het is veel te laat om haast te hebben,” zeg ik, terwijl ik afstap en bijna omval. Je merkt pas hoe oud je echt bent als je van een bagagedrager af wilt stappen.

“Maar dit is niet slim, hè?”

“Iedereen die slim is slaapt al, meneer.”

Mijn vriend zet zijn fiets tegen een lantaarnpaal aan en zet hem daarna op slot. Net alsof iemand zijn fiets gaat stelen nu er twee dienders naast hem staan.

“Dat bedoel ik. Iedereen die slim is slaapt al.”

“Waar gaan jullie heen?”

“Alleen De Bloemenbar is nog open.”

De lange agent schrijft de boete uit en de korte agent is wat op zijn telefoon aan het typen.

“Meneer, wat bent u aan het doen? U bent toch geen tweet aan het typen, toch? Dat zie ik steeds vaker namelijk. Tweets waarin een agent het heeft over een dakloze vrouw die in een portiek ligt te slapen en hoe hij haar wegstuurt. Of een tweet over een meisje dat op haar fiets aan het bellen is en een bekeuring krijgt. Het heeft iets onprettigs. Iets schoolpleinerigs. Ik zag Pim en Mandy net zoenen in een portiek. Dat soort werk. En dat de hele school het dan weet. Wat heeft dat voor nut? Of is dat juist het hele punt? Dat jullie eindelijk begrijpen dat boetes en gevangenisstraffen niet helpen? Dat alleen een tweet de mens wakker kan schudden?”

“Dat is beroepsgeheim, meneer.”

“O, dat wel. Maar wat bent u aan het tweeten dan?”

“Net twee benevelde mannen een bekeuring gegeven voor het door rood fietsen. Hun reactie? Het is nacht, alle slimme mensen slapen.”

“Beneveld? Dat klinkt meteen zo serieus. We zijn eerder tipsy.”

“We mogen geen Engelse woorden gebruiken. Als we Engelse woorden in onze tweets gebruiken, krijgen we mailtjes van oude mensen die vinden dat de Nederlandse politie Nederlands moet praten. Zal ik anders halfdronken schrijven in plaats van beneveld?”

“Ja, maar we zijn nog niet eens kwartdronken. We zijn gewoon iets te gelukkig. Schrijf dat maar op. Net twee iets te gelukkige mannen een bekeuring gegeven voor het door rood fietsen.”

“Nee, dat kan ik niet schrijven. Onze tweets moeten non-fictie blijven.”

“Dat begrijp ik.”

Ik pak mijn telefoon uit mijn jaszak en begin te tikken.

“Meneer, waar bent u mee bezig?”

“Ik ben een column aan het schrijven over een agent die een tweet schreef na het uitschrijven van een boete.”

Mijn vriend vouwt de boete op en schuift hem in de achterzak van zijn spijkerbroek. Hij stapt op de fiets en zegt dat ik achterop moet springen.

Ik spring. En de nacht springt ook. De nacht springt op groen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden