Opinie

‘Een coffeeshopverbod schaadt het imago van Amsterdam’

null Beeld Shutterstock
Beeld Shutterstock

Als het aan burgemeester Halsema ligt, mogen toeristen binnenkort niet meer naar de coffeeshop. Volgens journalist en historicus Thijs Roes is zo’n verbod een drama voor het imago van Amsterdam.

Toen ik ooit bij een boekpresentatie was in de Verenigde Staten over ‘high-brow’-cannabisgebruik, stelde ik de vraag aan de schrijver of hij nog tips had voor Nederlandse wietrokers – die al minstens twintig jaar met lede ogen aanzien hoe hun drug-of-choice als kop van jut wordt behandeld door de politiek.

De schrijver viel me in de rede: “Listen! Listen. Mensen in Amsterdam hebben geen idéé van hun rol in de wereld, en wat deze heeft betekend voor onze vrijheid.”

De schrijver, David Bienenstock, vervolgde: “Ik zal nooit vergeten hoe ik in de jaren negentig voor het eerst in Amsterdam een coffeeshop binnenliep en gewoon wiet kon kopen in de winkel. Zonder schaamte, zonder stigma. Die vrijheid – ik schiet er nu weer van vol. Zonder Amsterdam was er nooit legalisering gekomen in Amerika. Bedenk je hoeveel minder leed dat betekent. Dankjewel, Amsterdam!”

Tot mijn stomme verbazing kwam er een daverend applaus van de volle theaterzaal en keek iedereen mijn kant op. Sommige mensen gingen zelfs staan: “Thank you, Amsterdam.”

In de afgelopen jaren heb ik tal van ‘wietvluchtelingen’ leren kennen, die naar Amsterdam kwamen om – naar eigen zeggen – in vrijheid te kunnen leven. Niet alleen (hobby)kwekers, maar ook researchers, IT-nerds en kunstenaars die aan het eind van de dag liever een joint opsteken dan een glas whiskey inschenken en geen zin meer hadden om dat in angst te moeten doen.

Ongekozen bestuurders

De Amerikanen zijn inmiddels bijna allemaal naar huis, de Europeanen zijn gebleven en vaak een drijvende kracht achter de Amsterdamse cannabiscultuur. Ze beginnen studiegroepen op universiteiten, werken in de sector, en zijn ambassadeurs voor de vrijheid van onze stad in hun thuisland.

Drie ongekozen bestuurders – burgemeester, korpschef en hoofdofficier – zijn met een plan gekomen om toeristen te weren uit Amsterdamse coffeeshops. Dit keer niet met het argument het massatoerisme in te willen dammen, maar de illegale cannabismarkt moet meer ‘beheersbaar’ gemaakt. De branche is immers nog altijd illegaal, omdat vijftig jaar geleden het compromis werd gesloten dat eindgebruikers zoveel mogelijk zouden worden ontzien, maar de productie en handel per definitie crimineel zou blijven. Nieuw is dat het weren van toeristen wordt geframed als een tussenstap naar een meer gereguleerde markt – omdat de oude argumenten niet werkten.

Het toerismebureau kwam er in 2012 al achter dat de meeste toeristen naar Amsterdam komen vanwege de architectuur en om een biertje te drinken na hun wandeling. Slechts 16,5 procent komt primair omdat wiet verkrijgbaar is in de winkel. En terwijl de criminaliteit in de sector by design is ingebouwd via het beleid, heeft het Amsterdam beroemd gemaakt als een plek waar nét iets aparter wordt nagedacht over dingen dan elders.

Burgemeester Halsema had tot nu toe nog geen helder standpunt ingenomen over cannabisregulering. Net als haar voorganger Eberhard van der Laan gebruikt ze een toeristenverbod als politiek ruilmiddel: Van der Laan sloot tientallen coffeeshops om een dergelijk verbod te voorkomen, Halsema gebruikt het om zogenaamd een stip naar regulering op de horizon te kunnen zetten.

Een hol argument, omdat directe regulering veel sneller een einde zal maken aan de problemen van de illegale markt dan een stapsgewijze speurtocht naar een ander beleid.

Zware bijwerkingen

Vriend en vijand lijken het er ondertussen over eens dat het weren van toeristen uit coffeeshops niet het einde betekent van de verkoop van cannabis aan toeristen. Een verbod in de shops is een paardenmiddel met zijn eigen, zware, bijwerkingen. Wiet zal voortaan verkocht worden op straat, via 06-nummers, of via Amsterdammers die worden aangesproken als ze een shop binnengaan – precies zoals het nu in de zuidelijke steden gebeurt, waar toeristen worden geweerd. Over tien jaar zitten we dan met z’n allen te praten over de overlast van dealers bij de ingang van het Vondelpark of het schemergebied tussen CS en de Wallen.

Als het bestuur tóch wat wil doen op weg naar regulering, maak dan werk van het keurmerk voor coffeeshops, zoals dat in Haarlem met groot succes is gedaan. Of probeer bij de kabinetsformatie in te springen bij het ‘experiment’ van regulering met een gedeelte van de shops. Dat zijn tussenstappen waar de stad iets aan heeft en die ook controle geven.

In plaats daarvan laten bestuurders – zoals de laatste tijd in de mode – opnieuw de angst regeren in een drugsdiscussie, ook al is eenvoudig uit te tekenen welke problemen dat in de toekomst oplevert. Dat het Amsterdam zijn culturele en filosofische voorsprong in de wereld schade berokkent, valt nou eenmaal niet eenvoudig tastbaar te maken omdat het een verlies betekent van iets dat voor veel Amsterdammers onzichtbaar is.

Uiteindelijk gaat het hier om een culturele discussie. Het feit dat cannabis hier beschikbaar was, heeft tal van vrijdenkers en creatievelingen kennis laten maken met de stad en ons een culturele edge gegeven die wereldberoemd is geworden. Voor de overlast en criminaliteit doet een verbod vrijwel niks, voor het imago van Amsterdam als stad van vrijheid en filosofische dwarsheid van alles.

We zouden dat imago en die mensen moeten koesteren en verwelkomen, in plaats van het de kop in te drukken en ze de straat op te jagen.

Thijs Roes Beeld
Thijs Roes

Thijs Roes, journalist en historicus, cureerde het Cannabis Museum op de Damstraat in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden