Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Een cheeseburger, want ik eet geen vlees, behalve als ik het wel doe

PlusErik Jan Harmens

Ik rij graag ’s nachts. De wereld slaapt, behalve een handvol truckers en ik. Woesj, zeggen mijn banden. WOEEEEEESSJJJJJJJ zeggen de banden van de vrachtwagens. Schrijver Bart Chabot vertelde me een keer dat hij ook zo graag door het donker reed. Vroeger kwam hij slechts af en toe iets verlichts tegen: een kruis op een kerkdak of een neonreclame op een flatgebouw. Tegenwoordig zag hij langs de weg alleen nog maar geel verlichte M’s. Er zijn tweehonderdvijftig McDonald’s restaurants in Nederland en dat betekent dat er altijd wel een in de buurt zit. Het moeten er driehonderd worden, las ik. Zoiets noem je een target. Zodra het gehaald dreigt te worden, volgt een nieuw target. Het schuift steeds verder op, als een kunsthaas op een windhondenbaan.

Natuurlijk ga ik nooit in een McDonald’s eten, behalve als ik het wel doe. Vorige week was het zover en bestelde ik frietjes en een Veggie McKroket, die beter smaakte dan ik vreesde. Stiekem nam ik ook een cheeseburger, want ik eet geen vlees, behalve als ik het wel doe. Ik móést ’m hebben, want op een bord bij de ingang stond dat de cheeseburgers vernieuwd zijn. Als iets ‘vernieuwd’ is, wil ik het hebben. De cheeseburgers worden ‘op een nieuwe manier gebakken’ (nergens staat wat dat betekent) en ‘op een verbeterd broodje’ geserveerd (nergens staat wat dat betekent). Dit nieuwe bakproces maakt ze ‘niet alleen warmer, maar ook juicier’. Juicy is geen Nederlands, maar ik begrijp de copywriters wel, want ‘sappig’ bekt niet lekker. Of misschien bekt het juist té lekker. Wat ik me wel afvroeg: hoezo is de vernieuwde cheeseburger ‘warmer’? Hoe werden ze vroeger dan klaargemaakt: lauw?

Toen mijn kinderen klein waren, werd ik er met regelmaat op uitgestuurd voor een Happy Meal. Ik heb een dochter en een zoon, zei ik erbij, want dat moest toen nog, je had aparte cadeautjes voor meisjes en jongens. Nu is dat allemaal uniseks. Soms kwam ik thuis en bleek dat ze zich hadden vergist: had ik twee cadeautjes voor een jongen gekregen of juist twee voor een meisje. Kon ik weer helemaal terug en zei ik tegen de medewerker, met de blik van een hitman: “Jullie hebben een fout gemaakt.” Weer thuis zette ik eindelijk mijn tanden in een QuarterPounder, die de temperatuur had aangenomen van mijn gemoed.

Van Bart Chabot verscheen onlangs bij uitgeverij De Bezige Bij een nogal lezenswaardige roman, Hartritme, maar toen ik me zijn verhaal over de M’s herinnerde dacht ik aan de titel van een van zijn dichtbundels. Hij verscheen in 2007, nog bij zijn oude uitgever Nijgh & Van Ditmar. Ik heb ’m er weer eens bijgepakt. Bij her­lezing bleek Chabots poëzie niet alleen juicier, maar ook warmer. De titel van de bundel: McPain.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden