Column

Een burger die zich met de politiek wilde bemoeien

Michiel CouzyBeeld Wolff

Op oude beelden van AT5 is te zien hoe Eberhard van der Laan een tierende Amsterdammer tijdens een debat van repliek dient: "Je bent gewoon een ouwehoer." Gevolgd door de uitsmijter: "Flikker op, ik woon in de Baarsjes, waar woon jij?"

Van der Laan was toen nog fractievoorzitter van de PvdA in de gemeenteraad, voorzien van een krullenbos en hij sprak met een licht, aangeleerd, Amsterdams accent. Hij pikte het niet dat de bewuste Amsterdammer de lokale politici afschilderde als 'een zooitje'.

"Dan ga ik met u ruzie maken."

In de twaalf jaar die zaten tussen zijn raadslidmaatschap en zijn benoeming tot burgemeester, is Van der Laan niet alleen zijn krullen kwijtgeraakt. Ook het Amsterdamse accent was weg, net als de verbale drift.

Als burgemeester was hij, met al zijn ervaring als advocaat en ­minister, meer een bemiddelaar, iemand die partijen bij ­elkaar probeerde te brengen.

Als raadslid omschreef hij zichzelf als 'amateurpoliticus', als 'burger die zich met de politiek wilde bemoeien'.

Als burgemeester keerde hij terug als op en top professional. Als de ervaren rot die, als hij verbaal even versnelde, raadsleden al snel op achterstand zette.

De gemeenteraad die in 2014 aantrad, was vooral jong en onervaren. Van der Laan zag het als zijn taak de raadsleden te helpen, bij te staan in hun nieuwe werk en wegwijs te maken in het politieke mijnenveld. Hij nodigde ze uit op zijn kamer, gaf gevraagd en ongevraagd advies en liet dan graag zijn licht schijnen op de landelijke politiek.

Hij durfde zich kwetsbaar op te stellen en vroeg ook weleens of zijn reactie wel goed was, of hij het niet anders had moeten doen.

Van der Laan leidde de raad met liefde, geduld en humor. En vooral: met gezag. Als hij, als vriendelijke bovenmeester, de 'lieve gemeenteraad' tot stilte maande, was het ook stil.

Maar hij kon in de gemeenteraad ook nors zijn, nukkig en het lukte niet altijd zijn ergernis te verbergen. Hij was allergisch voor te grote woorden. Toen een stadsdeelbestuurder Nieuw-West omschreef als 'banlieue', kon die rekenen op een publieke oorwassing. Raadsleden kregen te horen dat Van der Laan 'te veel opwinding proefde'.

Als de burgemeester boos was, of in zijn eigen woorden 'enigszins geënerveerd raakte', dan nam hij eerst een aanloopje. "Ik ben maar een eenvoudige dienaar van de raad," begon hij dan en iedereen wist dat dan snel een komma en een 'maar' zouden komen, gevolgd door een uitbrander.

Of 'ik ben maar een bestuurder met een meninkje'. In het ergste geval kon hij raadsleden uitmaken voor 'naïef', of stellen dat hij besluiten niet kan uitleggen aan burgers.

Van der Laan was als advocaat getraind om met winnende argumenten te komen. Wie het ­tegen hem opnam, moest van goeden huize komen. Peter Kwint, inmiddels Kamerlid, beschreef gisteren hoe hij als beginnend raadslid vol bravoure het debat aanging en verbaal ­alle hoeken van de raadzaal te zien kreeg.

"Als je met zo'n grote bek mijn commissie in komt wandelen, denk je nou echt dat ik je dan daarmee weg laat komen?" zei Van der Laan na afloop.

Vervolgens masseerde hij, met humor en relativeringsvermogen, de spanningen weg tijdens een rookpauze, ook toen hij de sigaretten had afgezworen. Niet voor niets liepen raadsleden met hem weg, ook zijn politieke tegenstanders, zelfs zij die doelwit waren geweest van een politieke schrobbering.

Politiek verslaggevers Michiel Couzy en Ruben Koops belichten beurtelings op zaterdag in 'Republiek Amsterdam' een politiek onderwerp uit de stad.

Reageren? m.couzy@parool.nl

Beeld Steen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden