Plus Column

Een bos verse, kapotte lelies

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Verse bloemen in de aanbieding. Bij ieder normaal mens gaat dan een belletje rinkelen. Een waarschuwing, zo van: niks vers, die zijn morgen dood, zoiets. Maar bij mij niet. Ik denk alleen maar: bloemen! Grote bloemen!

Volgens het reclamebord op de stoep zijn het superlelies, van 12,50 voor 5,00 euro. Er staat niet bij wat er zo super is aan die bloemen, maar het zal wel met het formaat te maken hebben, want de stengels zijn zeker een meter lang. En laat ik voor zo'n bos bloemen net een vaas in huis hebben.

De eigenaar van de bloemenkraam is de vloer aan het vegen. Hij ziet mij, maar zegt niets. Ook na een kuchje en wat gedraal van mijn kant, kijkt ie niet op. Alsof hij geen zin heeft om bloemen te verkopen, niet vandaag, niet aan mij.

Dan maar zelf een bos uit een emmer trekken. Vlak voordat ik bij de emmers ben, haalt hij mij in en pakt een bos. "5 euro," zegt hij, terwijl hij de druipende bos overhandigt. Geen aardige blik, en ook geen zakje voeding.

Thuis haal ik de bloemen uit de folie, snij ik braaf de stengels schuin af en laat ik de gigantische vaas vollopen met water. Tot zover alles onder controle. Maar als ik de bos oppak, knakken er twee bloemen van de stengels. Ze vallen op de grond. Even later, pets, pets, nog twee bloemen.

Drie ziektes later komt mijn vriend de kamer binnen.
"Wat is er?"
"De lelies zijn kapot."
Na wat gemor zet ik de bloemen alsnog in de vaas. Het zijn er zoveel, er blijft nog genoeg over, praat ik mezelf aan.

En ja, de volgende dag staan de lelies vol in bloei. Wit met roze. Maar man, wat een stank. Een wc-luchtverfrisser ruikt nog beter. Een raam openzetten werkt niet. Ik googel 'stinkende lelies'. Stamper knippen of weggooien, is de tip.

Ik kies het eerste. De besneden bloemen zien er een beetje verminkt uit, zo zonder de rode stampers.

Maar de stank blijft. De vriend heeft nergens last van, maar ik mijd de woonkamer. Als ik ga slapen, moeten alle deuren dicht, anders krijg ik koppijn. Soms kijk ik van een afstandje naar de bos die maar blijft woekeren. Het roze is overal.

Een paar dagen later zit ik met een vriendin op de bank. We kijken naar de lelies.

"Mooie bloemen, zo groot. Maar ruikt wel sterk," zegt ze.
"De geur went heel snel," zeg ik. "Ik ruik het al niet meer."

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden